9 ‘In je eentje kun je de wedstrijd niet winnen’

SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur
Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie.

 

Kevin Rijke en Sjors Witjes

Voor innovatieve industrie zijn Willy Wortels nodig en kapitaal, maar zonder organisatie zal nergens iets bloeien. Sjors Witjes, hoofddocent duurzaam en circulair ondernemen, noemt Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem als voorbeeld van hoe dat kan. Samen met directeur Kevin Rijke toont hij hier de meerwaarde van het duurzaam ondernemen: ‘We weten inmiddels wel wat het goede is voor de wereld, nu is het nodig om innovaties te versnellen.’

In het zuidoostelijk puntje van Arnhem, op de driehoek waar de IJssel zich losmaakt van de Rijn, ligt een industriepark dat oogt als vele andere. Maar eenmaal op het terrein valt het grote aantal jongeren op; studenten met laptops in het centrale restaurant, anderen druk in de weer in een van de hallen. Een aantal plakkaten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) illustreert op het terrein het samengaan van onderwijs en bedrijfsleven – en dan is de derde troef, innovatie, niet ver weg.

’24.000 zonnecellen op de Kleefse Waard’, vertelt een groot bord aan de hoofdstraat op het industriepark. Aan de randen draaien de windmolens hun rondjes. Voorbij die zichtbare kant van duurzaamheid, gaat het in de binnenruimtes verder. Alle honderd bedrijven op dit park dragen ‘duurzaamheid’ in het vaandel, van groot tot klein, van de modebedrijvigheid van Pauline van Dongen tot Eox Tractors, een bedrijf voor elektrificatie van landbouwmachines.

Dat bedrijfskundige Sjors Witjes zijn verhaal juist op dit park wil vertellen, is niet zo raar. Het park behoort tot de meest duurzame bedrijfsterreinen in Nederland, waar een bedrijf alleen maar welkom is als het een van zijn vijf pijlers komt versterken: energie, mobiliteit, human capital, recycling en ontwikkeling. Ooit walmden hier de schoorstenen van Akzo Nobel en de Algemene Kunstzijde Unie. Nu is IPKW één groot proefveld voor duurzaamheid en circulaire economie.

Innovaties versnellen
Witjes is bij binnenkomst in het park meteen in zijn element. De in Nijmegen opgeleide bedrijfskundige Kevin Rijke, directeur van het park, wordt als oude bekende begroet. Rijke is opgeleid bij hoogleraar Duurzaam ondernemen Jan Jonker, een van de pioniers van duurzaamheid aan de Radboud Universiteit, die hij assisteerde bij het standaardwerk Duurzaam, Denken, Doen (2011). Voor Rijke het startsein om door te pakken als duurzaam ondernemer. Al sinds de middelbare school is hij ondernemer, als bespanner van tennisrackets. Na het boek pakt hij de draad op als zelfstandig adviseur, waarna hij in 2014 de scepter gaat zwaaien over IPKW.

Kevin Rijke, ten tijde van het interview directeur IPKW, inmiddels bedrijfsadviseur

Als hij Witjes voorgaat in een wandeling over het park, houdt Rijke als eerste stil in een hal waar studenten sleutelen aan een proefopstelling van een vrachtwagen. In deze ‘Hub’ testen de studenten van de HAN, afdeling Automotive en Engineering, samen met hun begeleiders de stabiliteit van de vrachtwagen, met het oog op verminderde bandenspanning – en dus minder brandstofverbruik.

Hier worden diverse beginselen van IPKW over duurzaam ondernemen voorgeleefd. Rijke: “We moeten elkaar inspireren om bij te dragen aan de duurzame toekomst. Want dat dit noodzakelijk is, staat niet ter discussie.”

Witjes is opgeleid in Delft als industrieel ontwerper en is al jaren in de weer met onderzoek naar duurzaamheid, veelal samen met het bedrijfsleven. “We weten inmiddels wel wat het goede is voor de wereld; nu is het nodig om innovaties te versnellen.”

Op IPKW komt samen wat nodig is voor duurzame innovaties: hier gaat het denken hand in hand met het maken, hier ontmoeten studenten van allerlei opleidingen de ondernemers, en nóg een troef: hier kun je op tempo ideeën tot bloei laten komen. Hoewel de klok volgens menigeen ‘een minuut voor twaalf’ inmiddels is gepasseerd, is tempo in de duurzame wereld,nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Rijke legt uit dat de proefmodellen in deze auto-Hub, en ook in andere Hub’s zoals het Greenhouse, in korte tijd klaar kunnen zijn voor testen en demonstraties. “We hebben een plek om met hoog vermogen te testen. Normaal zijn daar extra vergunningen voor nodig en ben je weer een half jaar verder. Hier is dat al geregeld en heb je binnen zes tot acht weken resultaat.”

Gezamenlijk verhaal
In 2014 staat Rijke voor de uitdaging om IPKW mee te nemen in zijn verhaal over duurzaam ondernemen. “Ik trof hier een naar binnen gekeerde monocultuur aan, met veel leegstand.” Wat te doen? Wie een weg wil wijzen naar een duurzamere wereld, doet er goed aan de beren op de weg te leren kennen. Als eerste noemt Rijke de moeite die het kost om investeerders aan je te binden. “In de Verenigde Staten schieten ze met hagel; heel veel bedrijven met ook maar enige potentie kunnen geld werven. In Nederland komt het geld pas naar je toe als er bijna zekerheid is over het succes.”

Sjors Witjes genoot een deel van zijn opleiding in Silicon Valley en zag dat daar inderdaad gebeuren. “Daar staan investeerders in de rij, hier de bedrijven die ernaar op zoek zijn. Ze gaan er in de VS vanuit dat een van de vele bedrijven waar ze op mikken een succes zal worden.” Het investeringsklimaat in Nederland staat opschaling in de weg, vult Rijke aan: “Startups zijn er genoeg, maar de kans dat er een uitgroeit tot een groot bedrijf is niet zo groot.”

Als ander beletsel voor succesvol duurzaam ondernemen noemt Rijke de gebrekkige coalitievorming. Wil je aanspraak maken op fondsen, al dan niet van de (Europese) overheid, moet je een geloofwaardig gezamenlijk verhaal op tafel kunnen leggen. “Een overheid of Europees fonds gaat echt niet in zee met een particulier initiatief, hoe duurzaam ook. Je zult je als regio moeten organiseren.”

Sjors Witjes

In Arnhem duurde het even voor het zover was. Het profiel van de stad ging gebukt onder een teveel aan ‘gezichten’ – als stad van diensten, toerisme en van mode. Uiteindelijk zijn de bestuurders samen met het bedrijfsleven aan tafel gegaan om tot een scherper profiel te komen. “We werden niet goed gezien in het land, terwijl we wel ergens goed in zijn, maar dat verhaal waren we vergeten”, vat Rijke de inzet van het beraad samen. Het vergeten verhaal is dat van de energie, dat in de stad al bijna een eeuw teruggaat met de vestiging van KEMA in 1927, een instituut dat bekendheid kreeg met energiekeurmerken en daarna in meer dan twintig landen actief werd met onderzoeks- en adviesdiensten voor opwekking, transport en gebruik van energie. Het energieprofiel werd verder gevoed met bedrijven als Tennet en Alliander.

Op het IPKW krijgt deze geschiedenis een nieuw gezicht, met als culminatiepunt het bedrijf Connectr Innovation Lab & Shared Office, dé broedplaats voor energie en innovatie waarin alle partijen – onderwijs, onderzoek, bedrijfsleven, bestuur – de handen ineen slaan. “Er is in het park inmiddels een indrukwekkend aantal elektrabedrijven bijeen, die elkaar opstuwen naar steeds innovatievere oplossingen”, zegt Rijke. “Nu alle sectoren zijn aangehaakt, kunnen we de synergievoordelen volop benutten.”

Dit voordeel kwam nog beter voor het voetlicht nadat ook op regionaal niveau de handen ineen werden geslagen. Zo wijst Rijke op de komst in 2021 van de Groene Metropoolregio, waarin bestuurders van achttien gemeentes in de regio Arnhem-Nijmegen samen stappen zetten op het gebied van bereikbaarheid, woningbouw en werkgelegenheid. “Toen kregen we als regio ook in Den Haag een gezicht”, zegt Rijke: “Door samen op te trekken kunnen we beter profiteren van landelijke fondsen; het geld komt nu gemakkelijker onze kant op.” Het ieder-voor-zich is afgeschud, blikt Rijke terug. “Iedereen zag wel in dat je in je eentje de wedstrijd niet kunt winnen.”

Clubhuis
Hier groeien en bloeien ideeën, dat ruik je aan alles, mede omdat IPKW ‘communities’ over diverse thema’s herbergt. “Innovaties kun je versnellen door mensen fysiek bij elkaar te brengen”, vertelt Rijke. “Precies wat hier gebeurt. Dit park is ook een clubhuis voor allerlei groepen, bijvoorbeeld een groep die samenkomt rond de veiligheid van batterijen. De crème de la crème in die wereld is aangehaakt.” Die focus zorgt voor een innovatieve snelkookpan. “Hier wil je bij horen. Iedereen weet dat de som der delen groter is dan wat je apart kunt doen.”

Hoe kan hij als wetenschapper bijdragen aan het clubhuis, wil Witjes weten. Daar hoeft Rijke niet lang over na te denken: “Met mensen die kritisch kunnen reflecteren op de processen die hier in gang zijn gezet, mensen die kunnen systeemdenken.”

Daar kan Witjes wel wat mee. Hij doet al jarenlang onderzoek naar waar het spaak loopt in innovaties, en stelselmatig luidt het antwoord: in de organisatorische uitvoering. Of het nu gaat om stikstof, zonnecellen of om het beleid Nederland van het gas af te krijgen: mooi bedacht, zegt hij, maar het loopt mis omdat partijen niet in de pas lopen.

Bekend is de tegenspraak tussen de kortetermijndoelen van het bedrijfsleven en de langetermijndoelen van maatschappelijke organisaties. “In de Verenigde Staten hebben veel groene bedrijven moeite om die kloof te overbruggen, een van de redenen dat de aandacht voor duurzaamheid bij bedrijven weer dalende is, terwijl de bosbranden in Californië heviger zijn dan ooit. Deze trend zien we overkomen naar Europa en Nederland. Hoe krijgen we het tij gekeerd?”

Witjes ziet een rol weggelegd voor studenten die hij al een aantal jaren opleidt – in diverse disciplines – tot sustainability navigators, de wegwijzers naar de toekomst die kunnen helpen bij de noodzakelijke transities. “Deze studenten leren we om buiten de grenzen te denken, zodat ze straks al navigator binnen bedrijven en organisaties evengoed kunnen meepraten over milieudoelen als over organisatieverandering.”

Poldermodel Plus
Rijke en Witjes bespreken de herwaardering van het begrip ‘poldermodel’. “Dat heeft in dit land een negatieve connotatie gekregen”, merkt Rijke op, “terwijl dit precies het model is dat we nodig hebben.” Hij wijst op de herkomst van het begrip, de in de Middeleeuwen gevoelde noodzaak tot coalitievorming om droge voeten te houden. “We gingen dijken bouwen. Dit model heeft in het verleden uitstekend gewerkt om de toen noodzakelijke waterbouwkundige innovaties te realiseren en dat is nu weer nodig in antwoord op de uitdagingen voor een duurzame wereld.”

“Wellicht worden deze uitdagingen niet goed genoeg gevoeld”, zegt Witjes. “Het gaat nog niet slecht genoeg om echte stappen te maken. In het verleden is al vaak gebleken dat ellende de moeder is van innovaties.”

‘Ellende is de moeder van innovaties’

Ellendiger wordt het snel genoeg, beseffen beiden, en het is eigenlijk al begonnen. Rijke wijst op de uitfasering van fossiel, het voornemen om op termijn afscheid te nemen van de fossiele brandstoffen. “Dit is een uitstekende stimulans om tot alternatieven te komen, zoals waterstof of elektrische energie. Daarmee zijn we hier nu dus volop aan de slag gegaan.”

Duurzaamheid komt gelukkig steeds hoger op de agenda’s, zowel wereldwijd in de SDG-doelen voor 2030 als in de regio. Witjes wijst op de ambitie voor een ‘klimaatneutraal Gelderland in 2050’. “Het besef groeit dat je vandaag moet beginnen om dit te bereiken.”

Elektrisch vrachttransport
‘2030 is morgen’ (een van de visitekaartjes op het IPKW) krijgt onder meer een gezicht door het bedrijf Milence, dat werkt aan versnelling van elektrisch vrachttransport. ‘Wij zorgen ervoor dat het opladen van elektrische voertuigen snel en simpel kan’, belooft het bedrijf.

Rijke schetst de wereld die hier in het verschiet ligt: een netwerk van oplaadparken langs Europese snelwegen, waar de chauffeurs tijdens het laden tot rust kunnen komen, een restaurant kunnen bezoeken of een douche kunnen nemen, uiteraard in een laadtempo dat de tijd-is-geld-wereld kan bijbenen. De eerste drie stations in Nederland zijn inmiddels gerealiseerd. In Nederland zijn er zes voorzien, terwijl in heel Europa (aangevuurd door Arnhem) tientallen laadparken het internationaal vrachttransport gaan voorzien, met als ambitie in totaal zeventienhonderd elektrische laadpunten in Europa in 2027.

Ook hier is coalitievorming een voorname succesfactor: de overheid voor de vergunningen, de grote vrachtbedrijven voor een kapitaalinjectie, naast de slimme jongens en meisjes die in Connectr het kunstje mogelijk maken. Rijke: “We hebben het nu over investeringen van honderden miljoenen euro’s, groundbreaking, en besef wel: we staan nu midden in het hart van deze innovatie. Het kán in deze regio.”

Witjes legt het spanningsveld op tafel van het al overbelaste energienet. “De omgeving moet altijd in beeld zijn als partner in je coalitie, vaak een noodzakelijke voorwaarde voor succesvolle innovaties. Je wilt niet dat laadpalen voor het vrachtverkeer de energietoevoer van omliggende gemeentes verstoren.” En over dat overbelaste net heeft Kleefse Waard overigens weer andere oplossingen klaarstaan. “Het net wordt nu niet slim en efficiënt benut.”

Een zetje geven
Veel geld is nodig, veel deskundigheid en heel veel volharding: kan zo’n model van versnelde innovatie ook landen in de minder bedeelde gebieden in de wereld? Ook het negende SDG-doel is immers een mondiale uitdaging. Witjes wijst nog eens op het hart van het succes, een geslaagde coalitievorming, een model dat niet is voorbehouden aan de rijke wereld. “Wat je nodig hebt, is een bepaald niveau van onderwijs in combinatie met uitgekiende plekken. Overal kunnen de puzzelstukjes in elkaar vallen en dan komen er mogelijkheden dat het geld jouw kant opkomt.”

Jazeker, zegt ook Rijke, het model van IPKW kan een transfer maken, sterker: “We zijn gevraagd om in Marokko een soortgelijk park in te richten. Er is wind en zon genoeg, daar kunnen we grootschalig waterstof gaan produceren”, verwoordt hij een van de dromen aldaar. “Wij kunnen een zetje geven, waarna ze in Marokko heel goed in staat zijn zo’n campus zelf vooruit te helpen.”

 

Verband met andere SDG’s

> SDG 4: Kwaliteitsonderwijs
“Innovatie en duurzame groei zijn alleen mogelijk als mensen goed opgeleid zijn en over de juiste vaardigheden beschikken. Goede scholing zorgt voor de benodigde kennis en vaardigheden, die weer nodig zijn om nieuwe technologieën en duurzame oplossingen te ontwikkelen. In de regio Arnhem-Nijmegen is het werven van goed opgeleide mensen een grote uitdaging. Er zijn ontzettend veel openstaande vacatures in bijvoorbeeld de energietransitie. Bij ons is daarom een hybride leer-werkomgeving opgezet waar de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en bedrijven samenwerken. Dit initiatief draagt bij aan het personeelsprobleem in de regio, en is tevens een proeftuin voor het opleiden van mensen wereldwijd.” (Kevin Rijke)

> SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie
“Het denken in producten op de markt te brengen tegen zo min mogelijk kosten en met maximale opbrengsten stuit op zijn grenzen. Daartegenover staat de economie van de toekomst, waarin niet het product, maar de productcyclus centraal staat. Dit vereist een denken over de gehele productieketen, waarin tal van actoren samen verantwoordelijkheid dragen met oog op de gehele keten. Geen van de actoren zit er louter voor het eigenbelang, ook de consumenten niet aan het einde van de keten. Wat wil je dat jouw eigendom wordt, wat kun je ook delen en waarvan kun je ook afzien? Een gelukkige ontwikkeling is de toenemende transparantie over de levenscyclus van producten, wat ons steeds beter in staat stelt om de impact van de aan te schaffen spullen mee te wegen. In het besef dat er meer is om ons zorgen over te maken dan alleen de prijs.” (Sjors Witjes)

 

Inspiratiebronnen

Lees: Organizing the Dutch Energy Transition (1st ed.) | Kranenburg, H.V., & Witjes, S. (Eds.) | Routledge, 2024
“Dit boek omvat een compilatie van onderzoek van de afgelopen vijftien jaar naar de energietransitie vanuit de Nijmegen School of Management van de Radboud Universiteit. Het laat zien dat samenwerking tussen verschillende maatschappelijke actoren de motor voor transities is.” (Sjors Witjes)

Lees: Framing the Economy of the Future: Six Socio-Economic Trends for Sustainability, Circularity and Inclusivity | Faber, N. and S. Witjes | Edward Elgar Publishing Limited, 2024.
“Met zes trends in de economie tonen diverse auteurs aan wat ons te wachten staat als we op de huidige voet doorgaan, en hoe we het tij eventueel kunnen keren.” (Sjors Witjes)

Lees: Praktijkgids Transdisciplinair werken
“In dit boek proberen we op een zo praktisch mogelijke manier te beschrijven hoe je impact kunt hebben door met meerdere partijen samen te werken.” (Sjors Witjes)

Lees: Drawdown. The Most Comprehensive Plan Ever Proposed to Reverse Global Warming | Paul Hawken | Drawdown.org, 2018
“Dit boek presenteert de honderd meest effectieve oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan, gebaseerd op uitgebreid onderzoek door wetenschappers en experts wereldwijd. Het biedt een hoopvol perspectief door realistische en haalbare maatregelen te tonen die de opwarming van de aarde kunnen afremmen en zelfs omkeren. Naast twintig innovatieve ideeën bevat het boek tachtig bewezen oplossingen uit het Drawdown-project, inclusief informatie over investeringen en rendement. Door deze aanpak krijgen we niet alleen een beter klimaat, maar ook voordelen voor gezondheid, welvaart en welzijn. Dit maakt het boek een waardevolle gids voor iedereen die wil bijdragen aan een duurzame toekomst.” (Kevin Rijke)

 

Lessuggestie
Duurzame transitie kan niet zonder het aloude en verguisde poldermodel: samenwerken is de sleutel voor verandering. Dat vraagt van studenten en professionals het vermogen om over grenzen heen te kunnen kijken en de meerwaarde te zien die anderen over het hoofd zien.

Lees hier een praktische lessuggestie.

 

Kunstblik: Strandbeest | Theo Jansen

 

Strandbeest, 2015 | Installatie van pvc-buizen | Lancering in Peabody Essex Museum, daarna toer in Chicago en San Francisco. 

Theo Jansen (* 1948, Den Haag) studeerde van 1967 tot 1975 natuurkunde aan de Technische Hogeschool in Delft, waarna hij besloot om als kunstenaar verder te gaan. Aanvankelijk schilderde hij, maar nadat hij in 1980 een vliegende schotel had gebouwd, die hij over Delft had laten vliegen, besloot hij zich te specialiseren in mechanica en kinetica. Het strand werd daarvoor de uitgelezen plek, maar omdat wielen in het vaak mulle zand niet werken, ontwikkelde Jansen op dieren lijkende constructies, die als het ware uit zichzelf konden lopen. In werkelijkheid worden ze aangedreven door luchtdruk uit petflessen. Jansens ideaal is om zijn strandbeesten in kuddes over het strand te laten lopen.

Licentie

Icoon voor de Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License

De kracht van verbinding Copyright © 2026 by Paul van den Broek en Bea Ros is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License, except where otherwise noted.