12 ‘We moeten kiezen voor degrowth’

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie
Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen.

 

Juliette Alenda en Paul Hendriksen

Werken aan duurzame groei betekent kiezen voor een nieuw paradigma: niet groei, maar ‘ontgroei’, degrowth, is de opdracht. Econoom Juliette Alenda-Demoutiez onderzoekt hoe dit in de praktijk vorm kan krijgen. Ze laat zich door Paul Hendriksen rondleiden bij de Aardehuizen, een ecowijk in Olst en een van de partners in haar onderzoek. ‘Bij degrowth gaat het om een andere manier van leven. Dat is precies wat ik hier zie.’

Vanaf station Olst lopen we eerst door nieuwbouwwijken, de huizen strak in het gelid, totdat aan het eind een groene oase zich opent. Struiken, fruitbomen, bloemen en sedumdaken: we zijn bij de Aardehuizen, een ecowijk met 23 woningen en één gemeenschapshuis. Geen tuinhekjes, straten of trottoirs, maar een landschap waarin woningen haast natuurlijk lijken te zijn ontsproten.

Paul Hendriksen lacht. Hij weet als geen ander dat van natuurlijk ontspruiten geen sprake was. De wording van de wijk was een lange route met heel veel overleggen, eindeloos formulieren invullen, mensen overtuigen, eigenhandig ploeteren en met vallen en opstaan ontdekken hoe je handig huizen bouwt. “We leerden heel veel en willen dat graag delen met anderen, niet alleen de successen, maar ook waar het mis ging of moeilijk was.”

Precies dat maakt hem de ideale samenwerkingspartner voor Juliette Alenda. “Jullie hebben op deze plek een goudmijn aan kennis verzameld!” En ze heeft goed nieuws: haar onderzoeksvoorstel ‘Degrowth in Nederland’ is gehonoreerd en vanaf september 2024 kan ze met een NWO-beurs diverse praktijkprojecten bezoeken en bevragen, zoals de Aardehuizen, maar ook projecten rondom alternatieve landbouw, local currency en repaircafés. “We willen weten welke institutionele obstakels mensen tegenkomen.” Na een eerste bijeenkomst op de universiteit met mogelijke samenwerkingspartners is dit haar eerste praktijkbezoek.

Vrijwilligers
“Hier is het allemaal begonnen.” Paul Hendriksen staat stil bij de ingang van de wijk. Een bonte rij brievenbussen aan de ene kant, een grote carport voor de auto’s van alle bewoners aan de andere kant. “Hier zijn we in december 2011 begonnen met bouwen. Ieder groepslid had zich gecommitteerd om minstens één dag per week mee te helpen. We waren allemaal complete nitwits op bouwgebied, dus onze leercurve was zeer steil.”

Ze bouwden de zogeheten Aardehuizen (‘earthships’) met afval en natuurlijke materialen. Twaalf woningen hebben muren van afgedankte autobanden gevuld met aangestampte aarde en elf hebben een houtskelet gevuld met strobalen. Het dak heeft een dusdanige hellingsgraad dat de zon optimaal opgevangen wordt: in de winter tot achterin het huis, in de zomer geen of weinig zon in het huis, wat zorgt voor een stabiel en energiezuinig binnenklimaat. “Het plan was om alles in twee jaar af te hebben, dat werd drieënhalf jaar. Het was een zeer inspannende periode.”

Uithoudingsvermogen, zo wil hij maar zeggen, is een absolute voorwaarde voor wie zich aan zo’n avontuur waagt. Er was ook hulp, van vakmensen, maar ook van vrijwilligers. Van overal uit de wereld hielpen in totaal tweeduizend vrijwilligers voor kortere of langere tijd mee.

Paul Hendriksen

Ooit was Hendriksen zelf ook zo’n vrijwilliger. Via een vriend had hij gehoord over een ecohuisproject in Zweden en hij reisde erheen om mee te helpen bouwen. Hij wist meteen: zoiets wil ik ook. Terug in Nederland hield hij twee presentatieavonden over zijn plan, en daar kwamen tot zijn verbazing zo’n zeventig mensen op af. Met een harde kern richtte hij in 2006 Vereniging Aardehuis op en tien jaar later was de bouw in Olst gereed.

Aanvankelijk wilden ze in Deventer gaan bouwen, maar deze gemeente voelde er niets voor. “Het kwam niet uit. Ze hadden net twee reorganisaties achter de rug en hadden andere dingen aan hun hoofd.” In Olst kwamen ze daarentegen precies op het juiste moment: “We kregen een warm welkom, want de gemeente was net bezig met duurzaamheidsbeleid. De extern ingehuurde deskundige zei tegen de burgemeester en wethouder: ‘Laat ze niet gaan, die moeten we hebben! Zo kun je je gemeente op de kaart zetten.’ Ze hadden tien hectare voor nieuwbouw en vroegen ons: hoeveel willen jullie daarvan hebben? Een bereidwillige gemeente is dus een succesfactor.”

Mensenwerk
Welke obstakels ze tegenkwamen, wil Alenda weten. “Kom maar mee,” nodigt Hendriksen uit, en hij voert ons het gemeenschapshuis binnen. Hij wijst omhoog, naar een plank met ruim twee meter ordners. “Dat is hoe obstakels eruit zien.”

Oftewel veel bureaucratisch papierwerk. “Als je plannen hebt voor een gewone woning, moet je al veel formulieren invullen, maar bij ons was het echt heel erg veel. We moesten bijvoorbeeld bewijzen overleggen dat onze huizen niet extra brandgevaarlijk zijn. Dat onze huizen van vergelijkbare kwaliteit zijn als stenen of betonnen huizen. Ik zou zeggen: die van ons zijn beter.” Verder formulieren voor het aanleggen van een eigen afvalwaterzuivering en eigen elektriciteitsopwekking en ga zo maar door. Anders dan hedendaagse ecobouwprojecten kon Hendriksen nog niet terugvallen op ervaringen van anderen. De Nederlandse tak van het Global Ecovillage Network (GEN) bestond nog maar net. Tegenwoordig geeft Hendriksen zelf vanuit GEN-NL ook trainingen, workshops en lezingen.

Veel eisen en zelf weinig geven, analyseert Alenda. “In veel degrowth-initiatieven zie je dit eenrichtingsverkeer. Instituties kijken niet verder dan die formulieren; ze tonen weinig betrokkenheid om iets te leren van die nieuwe projecten.” Aanvankelijk was die betrokkenheid er wel van een sociale woningcorporatie, vertelt Hendriksen. Die tekende in op drie huizen in de ecowijk voor sociale huur. “Maar toen de oude manager met pensioen ging, is dat afgekocht. De nieuwe manager vond het lastig; onze huizen vergden heel ander onderhoud en dat paste niet in hun systeem.”

Juliette Alenda

Continuïteit, weet Alenda, is een uitdaging. “Als mensen verdwijnen, kan een project van de ene op de andere dag afbrokkelen.” Hendriksen vertelt dat 90 procent van alle ecovillage-initiatieven op enig moment strandt. “Meestal vanwege dingen die je had kunnen voorkomen met goede modellen voor besluitvorming en conflictoplossing. Want continuïteit is vooral een kwestie van mensenwerk.” Alenda knikt: “Die sociale processen zijn altijd het meest complex. Als onderzoekers zijn we gespecialiseerd in modellen, maar we zien ook hoe moeilijk het is om ze in de praktijk te implementeren en om spanningen en problemen het hoofd te bieden bij het nemen van complexe beslissingen.”

Hendriksen weet er alles van. “Die spanningen zijn er vooral waar er idealen in het spel zijn en mensen met hart en ziel vinden dat dingen op een bepaalde manier moeten en niet anders. Wat helpt, zijn inclusieve manieren van beslissingen nemen, zoals sociocratie of holocratie, waarbij je werkt met de instemming van de hele groep in plaats van de helft plus één in een democratie. Je moet anderen niet als potentiële concurrenten zien, maar als compagnons in de zoektocht naar de beste oplossing. Het kost tijd om te leren hoe je dat doet, want het vergt echt een andere mindset.”

 

Grenzen aan de groei
“De mensheid kan niet blijven doorgaan zich met toenemende snelheid te vermenigvuldigen en materiële vooruitgang als hoofddoel te beschouwen, zonder daarbij in moeilijkheden te komen. (…) Dat betekent dat we de keuze hebben tussen nieuwe doelstellingen zoeken teneinde onze toekomst in eigen handen te nemen, of ons onderwerpen aan de onvermijdelijk wredere gevolgen van ongecontroleerde groei.” (Club van Rome/Dennis Meadows ea, De grenzen aan de groei, 1972)

 

Overvloed
Hendriksen neemt ons mee zijn huis in. De woonkamer heeft ronde, organische vormen en is geschilderd in aardetinten. Een klimopplant slingert zich rond de piano en in plantenbakken groeien tomaten en slaplantjes. “Alle buitenkanten zijn hetzelfde, maar binnenin kon iedere bewoner eigen details kiezen. Wij houden van organische vormen, anderen kozen juist voor rechthoekig.” De badkamer heeft lemen wanden die vocht opnemen, waardoor de spiegel nooit beslagen is. Er is een ecotoilet met zaagsel in plaats van spoelwater. “Ook dit is in elk huis weer anders. We hebben een keer een toer langs alle toiletten gemaakt”, lacht Hendriksen.

Diverse zaken zijn gemeenschappelijk. Zo delen bewoners wasmachines en, binnenkort, ook drie (elektrische) auto’s. Iedereen mag van de fruitbomen op het terrein plukken. “En als onze sla de slakken overleeft, hebben we straks heel veel en delen we de kroppen uit in kratten bij het gemeenschapshuis. Het delen van overvloed creëert ook een gevoel van overvloed en dat maakt delen gemakkelijker.”

Alenda is onder de indruk van alles wat ze ziet en hoort. “Ik zie hier de principes van degrowth in de praktijk. Degrowth is een andere manier van leven, met meer verbindingen tussen mensen en tussen mens en natuur. Het is anders denken over welvaartsystemen en over hoe je welvaart tot stand brengt. Bij degrowth gaat het om een transformatie en dat is precies wat ik hier zie.”

Ze geeft een voorbeeld om het te verduidelijken: “Net als veel mensen denk ik na over hoe we thuis gas kunnen verruilen voor iets anders. Maar als we onze manier van leven niet aanpassen, zal de impact daarvan nihil zijn. Dan vergroenen we alleen ons huis een beetje, maar trekken we nog steeds een grote wissel op onze omgeving.” Voor een duurzame samenleving en een duurzame planeet hebben we echte transformaties nodig, stelt ze. Daarom wil ze de notie van groei, waar ook SDG 12 nog steeds van uitgaat, graag ombuigen naar degrowth. “We moeten toe naar een andere inrichting van steden, van land, van werk, van omgaan met elkaar. Veel mensen vinden het moeilijk om zich een ander leven en een andere wereld voor te stellen. Het is belangrijk om mooie voorbeelden te hebben, zoals dit Aardehuis. Want mensen worden al snel bang: oh, je wilt dat we teruggaan naar de Middeleeuwen? Nee, we zoeken een ander leven waarin het niet alleen draait om economische waarden, maar ook om andere waarden, zoals zorg voor elkaar en tijd om je betrokken te kunnen voelen en je in te zetten voor dingen die jij belangrijk vindt. Een minder stressvol leven.”

Hendriksen knikt. In de bouwfase mocht het soms stressvol zijn, hier wonen maakt gelukkig. “Als je een huis creëert dat zelfvoorzienend is, zoals dit, heb je geen gas-, water- en elektriciteitsrekeningen meer. Dat betekent dat we minder geld hoeven te verdienen en onze tijd ook aan andere zaken kunnen besteden.” Hij woonde jarenlang in een rijtjeshuis en werkte als medewerker educatie bij een stichting voor duurzaamheidsvraagstukken. Nu geeft hij workshops, trainingen en lezingen voor startende ecodorpen en -gemeenschappen. “Mijn werk matcht nu honderd procent met hoe ik woon en leef en dat vind ik heel waardevol. Het geeft minder stress en meer zingeving. Het gaat dus niet alleen om duurzaamheid, maar ook om lichamelijke en mentale gezondheid.”

‘Het gaat om een andere manier van leven, met meer verbindingen tussen mensen en tussen mens en natuur’

Het of-of-denken zit ons dwars, denkt Alenda. “Ofwel behoud van banen, ofwel behoud van natuur. Ofwel maatschappelijk welzijn, ofwel behoud van de mensheid. Maar dan blijf je binnen hetzelfde systeem denken en daar moeten we juist uit zien te breken. Het is niet het een of het ander, het kan en moet tegelijkertijd.”

Hendriksen is het met haar eens en bepleit systemisch denken. “Die dualistische mindset moet plaatsmaken voor het denken in verbindingen en samenwerking.” Systemisch denken gaat uit van de gedachte dat, zoals in een ecosysteem, alles met alles samenhangt. Het betekent ook gevoeligheid ontwikkelen voor de omgeving en kijken waar je de stroom net een beetje kunt verleggen. “Als ik hier in de rivier een stok plaats en daar een steen, dan stroomt het net een beetje anders en meer in de richting die ik wil.”

Vertaald naar de wereld van de wetenschapper betekent systemisch denken, aldus Alenda, het belang van inter- en transdisciplinair werken. “We kunnen niet louter in economische termen denken. Je moet nadenken over de overall consequenties van economische beslissingen. Om dat goed te kunnen, moet je mensen en samenlevingen begrijpen en dus moeten we de geestes- en gammawetenschappen re-integreren in economie. En we moeten ook samenwerken met de bèta’s, om de gevolgen op de natuurlijke omgeving te begrijpen. Denken voorbij de grenzen is heel belangrijk om te komen tot duurzaamheid. Maar ook heel moeilijk.”

En ze trekt de lijn graag nog verder door. Als wetenschapper moet ze ook het veld in. “We moeten ervan af dat wij als wetenschapper het altijd beter weten. In mijn NWO-project faciliteer ik projecten dan ook eerder dan dat ik die leid of stuur. Ik hoop beter zicht te krijgen op obstakels en te ontdekken wat mensen nodig hebben om hun project tot een succes te maken. Alleen dan kunnen we initiatieven helpen opschalen.” Die kennis zal zich weer vertalen in haar onderwijs, waarbij ze hoopt dat studenten op excursie gaan naar onder meer Olst om te zien hoe degrowth er in de praktijk uit ziet.

Hendriksen kan op zijn beurt via samenwerking met de universiteit zijn missie vervullen, namelijk de buitenwereld inspireren en het idee van degrowth verder verspreiden. “Op het moment dat enig kabinet besluit dat de veestapel met minstens de helft verminderd moet worden, hebben we heel veel grond waar we een groot tuindorp kunnen maken in plaats van de compacte steden die inherent vervuilend zijn. Dan kun je een heel land maken dat eruitziet zoals onze wijk.”

Tot het zover is, geeft hij rondleidingen en helpt hij anderen dingen te verwezenlijken. Bijvoorbeeld in Olst. Binnen het door hem geïnitieerde Olst in Transitie Project probeert hij spin-offs te creëren. Zo ontstond onder meer een lokale energiecoöperatie, een repaircafé, een voedselcoöperatie, een gemeenschappelijke buurttuin in het dorp en is er een voedselbos in aanleg. Hendriksen citeert de wethouder uit Olst, die tijdens een symposium over de toegevoegde waarde van ecodorpen voor gemeentes zei: ‘Eerst dachten we met het Aardehuis een soort attractie in huis te hebben, maar we merken dat de sociale en culturele impulsen voor de gemeenschap veel verder reiken.’ “Zo kunnen we dus een steen in het water zijn.”

 

Verband met andere SDG’s

> SDG 7: Betaalbare en duurzame energie
“Je kunt je hele dak vol leggen met zonnepanelen en net zo energie-intensief blijven leven als altijd. Of je denkt na over wat je werkelijke behoeften zijn. Daarom hebben wij maar vijf zonnepanelen op ons dak en houden we er nog over. Dat is een keuze. En we leven heus niet als holbewoners, we hebben gewoon laptops en kijken tv. We hebben alles wat we nodig hebben.” (Paul Hendriksen)

> SDG 10: Ongelijkheid verminderen
“Economie heeft altijd een positief of negatief effect op andere domeinen. Traditionele economische groei is niet alleen slecht voor het milieu, maar ook voor sociale SDG’s. Economie gaat over de vraag hoe je welvaart creëert en welke welvaart dan en voor wie? Het gaat dus altijd ook over ethiek en rechtvaardigheid. Daarom is het nadenken over partnerschappen fundamenteel, want juist nu kun je niet meer iets alleen doen, lokaal of globaal.” (Juliette Alenda-Demoutiez)

 

Inspiratiebronnen

Lees: Ishmael (IMGP, 1995) | Nederlandse vertaling: Ismaël (Altamira, 2012) | Daniel Quinn
“Voor mij was het lezen van dit boek een eyeopener. In een onorthodoxe vorm – die ik niet ga verklappen – neemt de schrijver je mee naar de oorsprong van ons culturele DNA, en laat hij zien hoe de verandering van het jager-verzamelaarsbestaan naar dat van landbouwers zoveel méér impact heeft op het heden dan we veelal beseffen. Als je dit eenmaal helder hebt, zie je ook waar de sleutels liggen voor de duurzaamheidsrevolutie die we zullen moeten doormaken, als we als mensheid nog een leefbare planeet en toekomst in het vooruitzicht willen hebben. Dit boek zou verplichte kost moeten zijn in het onderwijs!” (Paul Hendriksen)

Bekijk: Castle in the Sky en andere films van Hayao Myazaki
“De films van Studio Ghibli, van Hayao Miyazaki, inspireerden me al als kind. Ik kan zelfs niet kiezen welke mijn favoriet is. Ze hebben me gevormd, vooral in de manier waarop ik naar andere mensen en mijn omgeving kijk. Miyazaki’s films zijn stuk voor stuk een ode aan de natuur en de vrede. En ook al zijn de verhalen gebaseerd op Japanse legendes, ze spreken een universele taal. Ze gaan over belangrijke thema’s als conflict, technologie, ecologie en de verbinding tussen mensen en niet-menselijke wezens. Zijn manier van vertellen toont de tragiek van onze werkelijkheid, maar biedt uiteindelijk ook hoop.” (Juliette Alenda)

 

Lessuggestie
Op bezoek bij de Aardehuizen in Olst komt Juliette Alenda in aanraking met een leefgemeenschap die gebaseerd is op collectiviteit. Startend vanuit het economische concept van degrowth, een fundamenteel herdenken van de principes van onze economie, neemt ze ons mee naar een andere manier van bouwen, wonen en samenleven. Dat deze leefwijze sterk afwijkt van de normale manier, zorgde er ook voor dat de stichters van de leefgemeenschap met veel administratieve tegenslag om moesten gaan. Deze ogenschijnlijk kleine, complexe leefwereld is een boeiende casus voor veel verschillende opleidingen. De Duitse kunstenaar Andreas Gursky bracht dat in beeld met zijn werk 99 Cents. Op de foto zien we een winkel in Los Angeles, waar alles 99 dollarcent kost. Door digitale bewerking liet hij de schappen weerspiegelen in het plafond en maakte hij alle kleuren feller, voor een extra overweldigend effect. Met de foto klaagt Gursky de consumptiemaatschappij aan, waarin het aanbod aan (ongezonde, goedkope) producten overdonderend is.

Lees hier een praktische lessuggestie.

 

Kunstblik: 99 cent | Andreas Gursky

99 cents, 1999 | Chromogenic print, 207 x 337 cm | VG BILD-KUNST, Bonn.

Andreas Gursky (* 15 januari 1955, Leipzig) behoort als fotograaf tot de bekendste leerlingen van de Düsseldorfer Schule van Bernd en Hilla Becher. Zowel de Bechers als hun leerlingen staan voor documentairefotografie zonder oordeel. Gursky begon in de jaren ’90 op groot formaat te fotograferen, maar ook zijn foto’s van landschappen, gebouwen en interieurs digitaal te bewerken. Zo stelde hij kolossale voorstellingen samen, vaak zeer gedetailleerd, maar zonder focus, die het alledaagse verheffen tot kunst. 99 cents laat een haast oneindig grote supermarkt zien, zonder dat Gursky zich daar verder over uit wil spreken. Het is aan de toeschouwer om het beeld te interpreteren.

Licentie

Icoon voor de Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License

De kracht van verbinding Copyright © 2026 by Paul van den Broek en Bea Ros is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License, except where otherwise noted.