4 ‘Verwaarlozing van onze kinderen kan de wereld zich niet veroorloven’
SDG 4: Kwaliteitsonderwijs
Verzeker gelijke toegang tot goed onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen.

Goed onderwijs wordt vaak geprezen als de grote gelijkmaker en als middel om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken, kansen te bevorderen en zo samenlevingen sterker te maken. In Kenia maken we de tussenbalans op met hoogleraar Paul Kamau, betrokken bij een onderwijsproject van de Nederlandse Radboud Universiteit. ‘Zonder onderwijs zijn we verloren.’
Vijf jaar voor de deadline voor realisering van de SDG-doelen (2030) gaan wereldwijd nog steeds miljoenen kinderen niet naar school, blijft kansenongelijkheid bestaan en worstelen onderwijssystemen met steeds grotere uitdagingen. Een recent UNESCO-rapport over de voortgang van SDG 4 schetst een gemengd beeld van de wereldwijde inspanningen voor onderwijs. Hoewel het aantal kinderen dat naar de basisschool gaat aanzienlijk is gestegen en in veel regio’s ruim 90 procent bedraagt, blijft de kwaliteit van het onderwijs een punt van zorg.
Voor Kenia wijst het rapport erop dat het gratis basisonderwijs weliswaar heeft geleid tot meer schooldeelname, maar dat de leerresultaten voor lezen, schrijven en rekenen onder de mondiale normen blijven. Slechts zo’n driekwart van de kinderen beheerst aan het einde van de basisschool het minimumniveau voor lezen, voor rekenen is dit ruim 70 procent. En met dit minimumniveau bedoelt UNESCO dat kinderen de basisvaardigheden voor lezen en rekenen beheersen die nodig zijn voor hun verdere schoolloopbaan en voor het functioneren in de samenleving, zoals het kunnen lezen van eenvoudige teksten, het begrijpen van informatie en het oplossen van eenvoudige rekensommen.
De deelname aan het voortgezet onderwijs in Kenia is verbeterd, maar er blijven verschillen bestaan, met name tussen plattelands- en lage-inkomensgemeenschappen. Ongelijkheid is een wereldwijd probleem – onderzoekers hebben al lang aangetoond dat onderwijs niet de grote gelijkmaker kan zijn – maar Kenia heeft een aantal kenmerken die ongelijkheid versterken. Zo blijft er een tekort aan opgeleide leraren. Slechts 82,3 procent van de leraren in kleuterklassen heeft een adequate opleiding genoten. Dat belemmert effectief lesgeven en dus het leren. Het rapport onderstreept de dringende noodzaak van meer investeringen in onderwijsinfrastructuur, lerarenopleidingen en gelijke toegang tot goed onderwijs.
Complexe uitdagingen
Om meer inzicht te krijgen in de huidige situatie vroeg ik professor Paul Kamau, directeur onderzoek bij het Institute for Development Studies (IDS) van de Universiteit van Nairobi om een interview. Op weg naar onze afspraak baan ik me een weg door het beruchte drukke verkeer van de Keniaanse hoofdstad. Bij de controlepost van de universiteit word ik hartelijk ontvangen door het beveiligingspersoneel. Anders dan verwacht is het op de campus ongewoon rustig. “De studenten hebben vakantie na hun examens. Over twee weken gaan ze weer beginnen”, vertelt een van de beveiligers. De reden? Een staking van docenten eind 2024 verstoorde het academische jaar, waardoor het begin van het volgende semester is uitgesteld.
De Universiteit van Nairobi staat bekend om haar academische excellentie en is een baken van hoger onderwijs in Kenia en daarbuiten. Ze behoort consequent tot de beste instellingen in Afrika en wereldwijd. De universiteit werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw opgericht als eerste universiteit van Kenia en maakte daarmee de weg vrij voor andere instellingen in de jaren erna. Terwijl ik naar het kantoor van Kamau loop, dat naast het iconische gebouw van de Mahatma Gandhi Graduate Library ligt, zie ik zichtbare brandsporen op de muren. “Vorige week brak er brand uit, waardoor een deel van ons gebouw beschadigd raakte en een aantal van onze medewerkers vanuit huis moest werken”, vertelt Kamau terwijl hij me in zijn kantoor verwelkomt. Nog voordat ons gesprek begint, is één ding duidelijk: de uitdagingen in het onderwijs zijn niet alleen theoretisch, maar ook reëel, urgent en complex.
Infrastructuur
Kamau vertelt me over het AMID-programma (Advanced Master’s in International Development), een gezamenlijk initiatief van de Radboud Universiteit in Nederland en de Universiteit van Nairobi. AMID was oorspronkelijk bedoeld als een masteropleiding voor professionals in internationale ontwikkeling en was voornamelijk in Nederland gevestigd. Daardoor moesten studenten, veelal afkomstig uit het Zuiden, naar Europa verhuizen om te kunnen studeren.

De oprichters van het programma zagen de ongelijkheid in toegang tot onderwijs en beroepsopleiding en wezen op het belang om buiten Europa uit te breiden. In 2018 begonnen de besprekingen over de oprichting van een hub in het Zuiden, waarvoor uiteindelijk Nairobi werd gekozen. Tegenwoordig biedt de Universiteit van Nairobi onderdak aan de Afrikaanse groep van AMID, die Kenia en buurlanden zoals Oeganda, Tanzania, Zimbabwe en andere landen bedient.
“Wat AMID uniek maakt”, legt Kamau uit, “is de duale aanpak: cursisten leren niet alleen theorie, maar worden ook ondergebracht bij organisaties die actief ontwikkelingsprogramma’s uitvoeren.” Dit model zorgt ervoor dat ze het geleerde direct kunnen toepassen op uitdagingen in de praktijk. Daarmee is het een van de weinige programma’s die academische kennis naadloos combineren met praktijkgericht ontwikkelingswerk.
Kamau leunt iets achterover en zijn stem wordt bedachtzaam als hij vertelt over het bredere onderwijslandschap in Kenia. “Toen de regering in 2003 gratis basisonderwijs invoerde, zagen we meteen een sterke stijging van het aantal inschrijvingen. Het was een mijlpaal in het beleid. Maar wat de regering niet had voorzien, was de druk op de infrastructuur. Er gingen meer kinderen naar school, maar er waren niet genoeg klaslokalen, bureaus en leraren. Plotseling hadden we overvolle klaslokalen met één leraar die meer dan honderd leerlingen moest begeleiden.” Hij zucht en schudt zijn hoofd. “De kwaliteit ging achteruit.”
In 2008 volgde gratis voortgezet onderwijs. “De bedoeling was nobel”, erkent hij. “Maar opnieuw maakten we dezelfde fout. Het aantal inschrijvingen nam sterk toe, maar het aantal leraren en middelen hield geen gelijke tred met die groei.” Hij pauzeert even om zijn woorden zorgvuldig te kiezen. “Het gaat er niet alleen om kinderen naar school te krijgen. Het gaat erom dat ze daar ook echt iets leren.”
Bovendien: op papier is het basis- en voortgezet onderwijs in Kenia gratis, maar in de praktijk zijn er voor gezinnen nog steeds aanzienlijke kosten, van uniformen en boeken tot maaltijden, vervoer en schoolactiviteiten. Door vertragingen in de overheidsfinanciering zijn scholen vaak genoodzaakt om extra bijdragen van ouders te vragen, wat een zware last en regelmatig ook een obstakel vormt voor huishoudens met een laag inkomen.
Geen goede planning
Gevraagd naar de toekomst van het onderwijs in Kenia komt het gesprek op het Competency-Based Curriculum (CBC), een model dat is ontworpen om het al lang bestaande 8-4-4-systeem – acht jaar basisonderwijs, vier jaar voortgezet onderwijs en vier jaar universiteit – te hervormen. Dat laatste werd in 1985 ingevoerd en legde de nadruk op academische kennis, voornamelijk met gestandaardiseerde examens. De kritiek hierop was dat toetsscores voorrang kregen boven de ontwikkeling van vaardigheden, wat creativiteit kan belemmeren en individuele talenten over het hoofd kan zien.
Het CBC, ingevoerd in 2017, kent een 2-6-3-3-3-structuur en legt de nadruk op praktische vaardigheden, creativiteit en continue beoordeling. Het leertraject is flexibeler: het lager secundair onderwijs (graad 7-9) is nu ondergebracht in basisscholen, terwijl het hoger secundair onderwijs (graad 10-12) leerlingen de mogelijkheid biedt zich te specialiseren op basis van hun interesses en sterke punten. Ondanks de hindernissen bij de invoering wil het CBC het onderwijs beter afstemmen op de moderne beroepsbehoeften en leerlingen de competenties bijbrengen die nodig zijn in een dynamische, evoluerende economie.
“In theorie is het CBC een heel goed systeem en veel beter dan het vorige”, stelt Kamau. “Maar het probleem is dat het overhaast is doorgevoerd. De overgang was niet goed gepland en nu zien we de gevolgen daarvan. Leraren zijn niet goed opgeleid, het lesmateriaal is onvolledig voorbereid en ouders zijn niet goed geïnformeerd over hoe ze hun kinderen onder dit nieuwe systeem kunnen ondersteunen.” Hij lacht droogjes. “Ik heb onlangs in een adviesraad gezeten die het ministerie van Onderwijs adviseerde over hoe het systeem te verbeteren is, en ik heb deze punten naar voren gebracht. Ik kan u vertellen dat er nog veel werk te doen is.”
‘Om SDG 4 te bereiken is er gezamenlijke inspanning nodig’
Kamau heeft decennialang beleidsbeslissingen zien ontstaan en begrijpt de successen en misstappen die het Keniaanse onderwijssysteem hebben gevormd. Uit zijn verhaal wordt duidelijk dat de vooruitgang weliswaar gestaag is, maar gepaard gaat met uitdagingen die diepgaande structurele oplossingen vereisen. Kamau benadrukt dat de verantwoordelijkheid daarvoor volledig bij de overheid ligt. “Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat beleid goed doordacht is en effectief wordt uitgevoerd. Zonder strategische planning en duurzame financiering zullen zelfs de beste initiatieven mislukken.” Hij benadrukt de noodzaak van een wereldwijd concurrerend onderwijssysteem en legt uit dat je leerplannen voortdurend moet herzien om aan te sluiten bij de eisen van het bedrijfsleven.
Ik vraag hem gekscherend naar het groeiende sentiment dat diploma’s slechts stukjes papier zijn, vooral in een arbeidsmarkt waar zoveel universitair afgestudeerden werkloos blijven. Hij antwoordt met een zuinige glimlach. “Decennialang werd universitair onderwijs gezien als middel om een kantoorbaan te krijgen. Maar dat is nooit de kerntaak van onderwijs geweest. Het echte doel is om het intellect te bevrijden en mensen in staat te stellen kritisch en innovatief te denken.”
Hij vindt het dan ook nodig dat er een andere mentaliteit komt. “Onderwijs moet mensen niet alleen leren hoe ze een baan kunnen krijgen, maar hen ook de vaardigheden bijbrengen om zelf banen te creëren. Het moet mensen helpen beleid te begrijpen, te internaliseren en ervoor te zorgen dat het gunstig is voor hun toekomst.” Hij leunt naar voren en spreekt met overtuiging. “Onderwijs blijft relevant, met of zonder werk. Het is het fundament waarop samenlevingen groeien, economieën zich ontwikkelen en individuen hun doel vinden. Zonder onderwijs zijn we verloren.”
Kwetsbare kinderen
Terwijl we ons gesprek afronden, voegt Julia Karwitha Wanjiru zich bij ons, een alumna van het AMID-programma en manager behoefteanalyse en evaluatie bij Macheo Children’s Organisation. Samen met haar bezoek ik haar werkplek in Thika, in Kiambu County, net buiten Nairobi. De rit voert ons over de drukke snelweg, langs met graffiti bedekte matatus (minibusjes). De torenhoge wolkenkrabbers van Nairobi en uiteindelijk naar het industriële en agrarische landschap van Thika.

De stedelijke drukte maakt plaats voor een meer ingetogen sfeer, de lucht is lichter en de wegen minder druk. Bij de ingang van Macheo is de beveiliging streng – een noodzakelijke maatregel, omdat de organisatie zich bezighoudt met kwetsbare kinderen. Wanjiru leidt me rond in het kindercentrum en stelt me voor aan de medewerkers, van wie sommigen ooit zelf begunstigden waren van de programma’s die ze nu helpen runnen. In een van de huizen ontmoeten we negen baby’s; de jongste is pas vijf dagen oud. “Dit zijn allemaal geredde kinderen”, zegt Wanjiru zachtjes. Het is een overweldigend gezicht: de kleine, onschuldige gezichtjes van baby’s die hun ouders misschien nooit zullen kennen, maar hier een veilig onderkomen hebben gevonden.
We nemen plaats in de vergaderzaal, waar mijn blik wordt getrokken door krachtige woorden op de tegenoverliggende muren. Op de ene staat: ‘Zie het. Zeg het. Los het op.’ Op de andere staat: ‘Word verliefd op het probleem, niet op de oplossing.’ Wanjiru’s stem breekt een beetje als ze haar verhaal begint. “Ik ben opgevoed door een alleenstaande moeder die moeite had om ons naar school te sturen. Op de middelbare school werd het te moeilijk voor haar en alleen dankzij de vrijgevigheid van mijn oom kon ik mijn opleiding afmaken en verder studeren.” Ze veegt een traan weg en pauzeert even voordat ze verdergaat.
Ze vertelt hoe onderwijs haar leven heeft veranderd en haar in staat stelde te ontsnappen aan de armoedecyclus waarin veel jonge meisjes in haar gemeenschap vastzitten. “Ik werk hier, omdat ik iets terug wil doen. Als iemand mij geen kans had gegeven, zou ik hier vandaag niet staan.” Onderwijs gaat niet alleen om toegang, maar ook om kansen, veerkracht en het vermogen om verder te dromen dan je omstandigheden, benadrukken zowel Wanjiru als Kamau.
Ze kwam aanvankelijk bij Macheo werken als boekhoudster, maar na het voltooien van AMID ontdekte ze haar passie voor veldwerk en stapte ze over naar haar huidige functie. Met haar nieuw verworven vaardigheden zet ze zich in om duurzame oplossingen te vinden om de toegang tot en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.
Financiële druk
Wanjiru sluit zich aan bij Kamau’s mening over het competentiegerichte curriculum. “CBC is erg duur voor ouders. Jaren geleden waren veel ouders zich niet bewust van het belang van onderwijs en ontzegden ze hun kinderen een kans. Nu leven we in een tijdperk waarin de meeste ouders de waarde ervan inzien, maar de kosten van onderwijs een belemmering vormen. Als ouders moeite hebben om rond te komen, komt onderwijs op de tweede plaats.”
Bij Macheo heeft Wanjiru met eigen ogen gezien hoe financiële problemen kinderen van school houden. “Daarom hebben we het initiatief genomen om deze kinderen in te schrijven en hun schoolgeld te betalen, omdat we weten dat de kleuterschool de basis vormt voor een kind. Maar het blijft niet bij schoolgeld: veel kinderen op dagscholen gaan niet naar school, omdat ze geen eten hebben. Daarom hebben we een schoolvoedingsprogramma opgezet.”
Macheo, een niet-gouvernementele organisatie, ondersteunt kwetsbare kinderen en hun families in de sloppenwijken en plattelandsgebieden rond Thika. ‘Macheo’ is Swahili voor ‘zonsopgang’ en symboliseert de missie om ervoor te zorgen dat kinderen opgroeien in een omgeving die hun volledige potentieel stimuleert. Door specifieke behoeften en de onderliggende oorzaken ervan in kaart te brengen, bepaalt Macheo welke maatregelen effectief zijn en met welke partners het samenwerkt om deze te implementeren.
Samenwerking, niet concurrentie, is het uitgangspunt van Macheo’s aanpak met de Keniaanse overheid. Ze geven prioriteit aan nauwe samenwerking om de impact van bestaande overheidsinitiatieven te maximaliseren en gemeenschappen te helpen de beschikbare middelen effectief in te zetten.
Naast basisonderwijs speelt Macheo een cruciale rol in de gemeenschappen door het schoolgeld voor meisjes te betalen, schooluniformen te verstrekken, klaslokalen te bouwen in overvolle scholen en bijlesprogramma’s voor leerlingen met leerproblemen te financieren. Wanjiru is er vast van overtuigd dat het waarborgen van goed onderwijs een nationale prioriteit moet zijn. “Maar in plaats daarvan zien we verkeerde prioriteiten. Neem bijvoorbeeld de recente controversiële huisvestingsheffing, waarbij werknemers een percentage van hun brutosalaris moeten afdragen, aangevuld met eenzelfde bedrag van hun werkgever, om de bouw van betaalbare woningen te financieren. Het verplichte karakter en het gebrek aan duidelijkheid over de begunstigden hebben tot wantrouwen geleid en publieke verontwaardiging en protesten uitgelokt. Ik zou er geen probleem mee hebben om een deel van mijn salaris te laten inhouden als daardoor een kind naar school kan blijven gaan. Dat kind krijgt dan een kans en kan op een dag zijn eigen huis bouwen. Maar met deze heffing weten we niet wie ervan profiteert.”
Collectieve inspanning
Als ons gesprek bij Macheo ten einde loopt, stopt een schoolbusje bij de poort en stapt een groep kinderen uit die anders geen onderwijs zouden hebben gehad. Hun gelach en levendige geklets staan in schril contrast met de harde realiteit dat deze kinderen zonder organisaties als Macheo misschien nooit de kans hadden gekregen om te leren. Dit beeld bekrachtigt dat SDG 4 niet alleen een belofte moet zijn, maar ook een tastbare realiteit moet worden – iets dat levens ten goede kan veranderen.
Zoals Wanjiru het treffend verwoordt: “Om SDG 4 te bereiken, is een gezamenlijke inspanning nodig. De overheid moet het voortouw nemen, maar ook de gemeenschap, ngo’s en relevante organisaties hebben een rol te spelen. We kunnen het ons niet veroorloven om onze kinderen in de steek te laten.”

Verband met andere SDG’s
> SDG 17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken
“Goed onderwijs heeft bredere implicaties: het kan de sleutel zijn tot het bereiken van tal van andere doelstellingen, zoals het terugdringen van armoede, het bevorderen van gendergelijkheid, het stimuleren van economische groei en het waarborgen van sociale stabiliteit. Investeren in onderwijs is niet alleen een kwestie van een doelstelling halen, maar van levens veranderen, gemeenschappen vormgeven en een betere toekomst voor de komende generaties veiligstellen. Om SDG 4 te bereiken, is een gezamenlijke inspanning nodig.” (Julia Karwitha Wanjiru)
Inspiratiebronnen
Lees: Learning as Development: Rethinking International Education in a Changing World | Daniel A. Wagner | Routledge, 2017
Hoe kunnen lokale gemeenschappen helpen om onderwijsachterstanden weg te werken en leren effectiever te maken? Wagner onderzoekt waarom het bereiken van universeel onderwijs (SDG 4) niet alleen afhangt van overheidsbeleid, maar ook van het empoweren van gemeenschappen om verandering van onderaf te stimuleren. Een krachtige herinnering dat goed onderwijs een gedeelde verantwoordelijkheid is.
Lees: Learning to Realise Education’s Promise | World Bank Group | World Development Report, 2018
Dit toegankelijke rapport legt uit waarom leerresultaten – en niet alleen schoolbezoek – de nieuwe mondiale prioriteit moeten zijn. Het biedt praktische oplossingen voor beleidsmakers, leraren en andere actoren die zich inzetten om onderwijs tot een echte motor van gelijkheid en kansen te maken.
Lessuggestie
Het interview met Paul Kamau laat in één oogopslag zien wat het belang van goed onderwijsbeleid is en wat daar zo ingewikkeld aan is. Het besluit om het onderwijs in Kenia gratis te maken ging aan het eigen succes ten onder. De nieuwe structuur van het onderwijs, met een meer stapsgewijze opbouw op de middelbare school, kwam voort uit goede bedoelingen, maar liep tegen grote uitvoeringsproblemen aan. Ondanks alle goede voornemens kunnen veel ouders de school niet betalen en aan het eind van de rit zijn de kinderen het slachtoffer. De oplossing ligt, stelt Julia Karwitha Wanjiru, in een gezamenlijke aanpak.
Kunstblik: School voor jongens en meisjes | Jan Steen

Jan Steen (1626 – 1679) is bekend om zijn humoristische weergaves van rommelige huishoudens, kroegtaferelen en andere genrevoorstellingen. School voor jongens en meisjes is hiervan een goed voorbeeld. De onderwijzer, de oudere man met de muts links naast het kastje aan de muur, heeft uitsluitend oog voor de passer in zijn hand. Hij laat het onderwijs over aan de vrouw met de witte hoofddoek, die iets uitlegt aan het meisje dat voor haar lessenaar staat. Sommige leerlingen lijken nog bezig met hun werk, maar de meesten kletsen of halen kattenkwaad uit. Op de voorgrond in het midden ligt zelfs een leerling te slapen.