2 ‘Honger bestrijden met high tech’
SDG 2: Geen honger
Beëindig honger, bereik voedselzekerheid en verbeterde voeding en promoot duurzame landbouw. Het streven is dat niemand meer honger lijdt en iedereen toegang heeft tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel. In rijkere landen zijn het tegengaan van voedselverspilling en duurzame voedselproductie aandachtspunten.

De missie van het Zero Hunger Lab in Tilburg sluit naadloos aan bij SDG2: een einde maken aan honger in de wereld. Het wapen dat initiatiefnemer Hein Fleuren daarvoor inzet, is datascience: Bytes for Bites. Hij werkt onder meer nauw samen met het World Food Programme, de uitvoeringsorganisatie van de Verenigde Naties die wereldwijd voedselhulp biedt en werkt aan meer voedselzekerheid. ‘Als wij in het westen minder voedsel verspillen, hebben mensen elders in de wereld daar direct profijt van.’
Diverse soepen, pasteitjes, gebakken aardappeltjes en rijst. Warme en koude dranken. Broodjes in alle soorten en maten, yoghurt, fruit, rauwkostsalades, olijven, vleeswaren. Volop keuze uit vlees, vega en vegan. Het lunchbuffet van conferentiehotel Kontakt der Kontinenten in Soest is een ware hoorn des overvloeds. We lopen erlangs met onze bordjes en het voelt enigszins ongemakkelijk. Want we zijn hier om het over honger in de wereld te hebben.
Disgenoten zijn Hein Fleuren, emeritus hoogleraar en in 2019 oprichter van het Zero Hunger Lab in Tilburg, Saskia de Pee en Koen Peters, beiden medewerkers van het World Food Programme (WFP) van de Verenigde Naties. Eerst lepelen ze enkele cijfers op. Wereldwijd zijn er 2,6 miljard mensen die zich geen gezonde voeding kunnen veroorloven. “Dat is 40 procent van de wereldbevolking”, zegt Fleuren. “In Zuid-Amerika heb je bijvoorbeeld heel veel papa- en mamashopjes, familiebedrijfjes waar je wel verpakt voedsel kunt kopen, maar er is geen tomaat, sinaasappel of mango te krijgen. En als die er is, is die onbetaalbaar. De mensen daar komen wel aan hun basiscalorieën, maar met veel vet en koolhydraten.”
Verder zijn er volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie FAO wereldwijd 673 miljoen mensen die structureel met honger naar bed gaan, omdat ze zich door armoede of gebrek aan voedselvoorraden geen drie maaltijden per dag kunnen veroorloven. Daarin is nog niet verdisconteerd het aantal mensen dat, ook in de rijke landen, alleen dankzij instellingen als de Voedselbank voldoende te eten krijgt. In Nederland alleen gaat het om zo’n 150.000 mensen die afhankelijk zijn van hulp van voedselbanken. En ten slotte zijn er nog de cijfers van het Global Food Crisis Report: 295 miljoen mensen in 53 landen die ernstig honger lijden en niet weten of ze morgen wel te eten hebben. Elk uur sterven er wereldwijd 274 kinderen door ondervoeding – dat is de helft van alle kindersterfte. “Met onze voedselhulp kunnen we lang niet al die 295 miljoen mensen helpen”, vertelt De Pee. “Als we er 100 miljoen bereiken, is het al veel. En die kunnen we bij lange na nog niet geven wat ze nodig hebben. Soms geven we maar 30 procent, net genoeg om te overleven.”
Bytes for Bites
Met zoveel nood te lenigen is het zaak om de beschikbaarheid van voedsel zo slim mogelijk in te richten. En daar komt Hein Fleuren in beeld. Jarenlang benutte de hoogleraar Business Analytics wiskundige modellen om transporten in het bedrijfsleven efficiënter te maken. Op een dag klopte Peter Bakker, de baas van TNT Express, bij hem aan. Bakker wilde zijn miljoenen niet langer in de Formule 1-races steken, maar in goede doelen, en koos daarvoor het WFP. Of Fleuren zijn kunstje ook kon toepassen op voedseltransporten? “Dat hoefde hij mij geen twee keer te vragen. Ik wilde mijn kennis graag inzetten om de wereld te verbeteren.”

Het resulteerde uiteindelijk in de oprichting van het Zero Hunger Lab. “Wij willen onze wiskundige modellen en datascience inzetten voor de doelen van SDG 2”, vertelt Fleuren. ‘Bytes for Bites’ noemen ze dat.
Peters ontwikkelde als masterstudent en promovendus bij Fleuren met optimalisatie en data-analyse (analytics) voor het WFP een efficiëntere voedseldistributie. “In het bedrijfsleven was analytics al langer gangbaar, maar in de humanitaire logistiek nog niet. Dit was pionierswerk.”
Peters maakt met een voorbeeld duidelijk waarmee je voor een soepele distributie allemaal rekening moet houden. “Als ik in Syrië een voedseldistributiesysteem wil opzetten, kan ik kiezen tussen ongeveer vier havens: twee in Syrië, eentje in Turkije en eentje misschien in Libanon. Die kan ik gebruiken om voedsel het land binnen te krijgen. Vervolgens zijn er in Syrië tien grote opslagplaatsen van waaruit maandelijks een voedselpakket verspreid moet worden naar een paar miljoen mensen door het hele land. Je kunt modelleren hoe dat zo efficiënt mogelijk kan.”
Maar je moet ook rekening houden met de samenstelling van de voedselpakketten, die weer wordt bepaald door beschikbaarheid en voedselprijzen: “Suiker halen we bijvoorbeeld uit Marokko of België, maar rijst moet ik uit Zuidoost-Azië halen. En als ik kies voor tarwe, kan ik het misschien om de hoek bij Oekraïne en Roemenië halen.” Peters ontwikkelde Optimus, een datamodel dat laat zien wat de impact van een wijziging in het voedselpakket is op de uiteindelijke prijs, voedingswaarde en logistiek. “Zo kunnen we in korte tijd onze voedselpakketten veel beter laten aansluiten op de actuele situatie. Want elke paar maanden wijzigen de prijzen. Nu is tarwe goedkoop, maar over drie maanden de rijst misschien weer. Handig als je daarop in kunt spelen, want zo kunnen we met hetzelfde budget meer mensen helpen.”
Inmiddels wordt Optimus toegepast in bijna alle landen waar het WFP voedsel distribueert, waardoor sinds de invoering al tientallen miljoenen dollars zijn bespaard. Of, vertaald naar de menselijke maat: dankzij Optimus kunnen miljoenen mensen meer gevoed worden met hetzelfde budget.
Met zijn voedseldistributie probeert WFP tegelijkertijd de lokale economie te versterken. “We investeren in de lokale infrastructuur als botennetwerken en restauratie van bruggen om voedsel ook naar ver afgelegen locaties te krijgen. Dat zorgt voor werkgelegenheid”, vertelt Peters. “Ook kopen we waar mogelijk voedsel in bij lokale boeren. Dat zou in de toekomst tot minder voedseldruk en meer toegankelijkheid van voedingsrijke producten moeten leiden.”
Gezond dieet
De Pee buigt zich binnen WFP over de kwaliteit van voedsel: hoe kun je zorgen voor een zo voedzaam mogelijk pakket en wat hebben ondervoede mensen nodig om zo snel en goed mogelijk te herstellen? “Voor voedsel die wij in natura geven, stellen we allerlei criteria op voor voedingswaarde”, licht ze toe. “Bij steun in de vorm van geld kijken we hoe we de voedselomgeving zo goed en duurzaam mogelijk kunnen inrichten, bijvoorbeeld door samen te werken met lokale winkels.”

WFP adviseert lokale overheden om hun voedselsysteem zo te organiseren dat mensen daadwerkelijk het voedsel kunnen krijgen dat ze nodig hebben. En ook daarbij helpt de datascience. Want je moet rekening houden met wat nodig is, wat verkrijgbaar is en wat goedkoop is, en daarnaast wat de impact op het milieu en de biodiversiteit is. “Met de tool die we hadden, kregen we al die data lastig in beeld”, vertelt De Pee. Tijdens een brainstormsessie in 2020 bogen WFP, Zero Hunger Lab, Capgemini en Johns Hopkins Universiteit zich over de vraag hoe dat beter zou kunnen. Uiteindelijk leidde dit tot Enhance, een analytisch platform om vragen van overheden te kunnen beantwoorden, zoals wat een ander, gezond dieet voor mensen betekent voor de voedselproductie in een land. “Je kunt Enhance heel divers inzetten. Bijvoorbeeld: we hebben maximaal anderhalve euro per persoon beschikbaar. Wat is dan de beste keuze uit beschikbare voedingsmiddelen? Of: het maïsmeel wordt nog niet verrijkt, maar er is een mogelijkheid om dat wel te doen. Welk verschil maakt dat dan voor de voedingswaarde? Zo kun je een dieet echt aanpassen aan lokale omstandigheden en behoeften.”
Voedselverrijking, het toevoegen van vitamines en mineralen aan veel geconsumeerde producten als rijst, tarwe en maismeel, is een manier om de voedingswaarde te vergroten. “Daar zetten we ons heel erg voor in, niet alleen in onze eigen voedselpakketten, maar ook in onze adviezen aan overheden”, vertelt De Pee. “Veel overheden denken dat ze dat niet kunnen betalen, maar met Enhance kunnen we laten zien dat het soms juist goedkoper is.”
Verdrogen
Verreweg de grootste oorzaak van honger is oorlog. WFP levert in landen als Jemen, Syrië, Zuid-Soedan of Kongo semipermanente voedselhulp. Jaarlijks gaat het om miljarden kilo’s voedsel en zijn miljoenen mensen jarenlang afhankelijk van externe steun om honger te verminderen. Niet zelden vormt honger ook een wapen in de strijd. Denk aan Gaza, waar organisaties als WFP klaarstonden met tonnen voedsel voor de hongerlijdende Palestijnen, maar waar Israël de grens potdicht hield.

Door oorlogen komt ook de voedselproductie in gevaar. “Dat zagen we bij Oekraïne. Dat land leverde graan en zonnebloemolie aan heel veel landen in Azië en Afrika, maar die toevoer stagneerde door de oorlog met Rusland”, vertelt Peters. Het zorgde er mede voor dat de hongercijfers, na een daling van twintig jaar, weer stijgen.
Een andere reden voor die stijging is klimaatverandering. Die zorgt niet alleen voor acute natuurrampen, maar brengt ook de voedselproductie in gevaar. “Dat is het geval in Afrika, Azië en Zuid-Amerika: daar verdrogen of vernatten in toenemende mate landbouwgebieden”, vertelt Fleuren. Ook daar probeert WFP iets tegen te doen. Fleuren noemt als voorbeeld het project Healing the Sahel, waarbij aan de rand van de Sahara een groene zone, the Green Belt, wordt aangelegd. “Dat is echt indrukwekkend. Negen maanden per jaar is het daar droog en in de drie maanden dat het regent, spoelde al het water weg. Nu hebben ze in de stroom van het water halve manen in de grond uitgehakt om het water op te vangen. Door er bovendien bomen in te planten, wordt verdamping tegengegaan.” Deze groene riem wordt duizenden kilometers lang dwars door diverse landen heen aangelegd. Behalve het vasthouden van kostbaar water houden de bomen bovendien de hete Saharawinden tegen, waardoor de temperatuur er gemiddeld vijf tot acht graden daalt. Fleuren: “In landen als Niger of Mali kan dat het verschil tussen leven en dood zijn.”
Ongelijkheid
Naast oorlog en klimaatrampen is armoede een derde belangrijke oorzaak van honger. En daar tekent zich wereldwijd een grote ongelijkheid af. “Het is heel wrang dat de kosten voor gezonde voeding het laagst zijn in de hoge-inkomenslanden, omdat het voedselsysteem daar beter is georganiseerd”, vertelt De Pee.
Maar de grootste ongelijkheid is wel dat er wereldwijd voldoende voedsel is om iedereen te voeden en dat er toch zoveel mensen hongerlijden. Fleuren wijst hiervoor twee oorzaken aan: een inefficiënt landbouwsysteem waarin 80 procent van alle grond wordt gebruikt voor het voeden van dieren, plus het westerse overdadige eetpatroon. Beide zijn “een drama voor de wereldvoedselvoorziening”, aldus Fleuren. “Stel je voor dat de hele wereld het eetpatroon van de VS zou overnemen, dan zouden we maar 2 miljard mensen kunnen voeden. Dan zouden er 6 miljard sterven. Als we daarentegen allemaal drastisch minder vlees zouden eten, kunnen we tien miljard mensen voeden.” Met een zuur lachje: “En dan hebben we nog mazzel dat een groot land als India bijna helemaal vegetarisch eet vanwege het hindoeïsme.”
Zelf eet Fleuren al dertig jaar geen vlees meer. Na een bijbaantje als student bij een slachterij was hij voorgoed genezen. “Als je hebt gezien hoe daar in ras tempo varkens worden gekild, dan kun je geen vlees meer eten.”
‘Klimaatverandering is zowel een ramp voor de natuur als voor de voedselproductie’
Veel vlees eten is bovendien ongezond. Fleuren verwijst naar het EAT-Lancet-voedselpatroon: op basis van een analyse van tienduizend voedingsstudies adviseren wetenschappers om veel groente, fruit, volkoren granen, peulvruchten, noten, zuivel en hooguit eens per twee weken vlees of vis te eten. Dit is niet alleen gezond, maar vooral ook duurzaam. Het WFP haakt hier al op aan. “We benutten Enhance om de data over de huidige voedselconsumptie in een land naast dit en andere aanbevolen voedingspatronen te leggen en te kijken wat er hoger moet en wat minder kan”, vertelt De Pee. Uiteindelijk zal dit ook leiden tot andere, duurzamere en meer lokale voedselproductie.
Behalve voedselpakketten en adviezen is bewustwording nodig om honger de wereld uit te krijgen en voedselzekerheid te borgen. Daar heeft vooral het rijke westen wat te doen. Hier immers moeten mensen minder overdadig eten, opdat elders mensen niet doodgaan van de honger. Mogelijke middelen zijn belasting heffen op ongezonde producten en gezonde producten als groente goedkoper maken. Een andere knop om aan te draaien is het tegengaan van voedselverspilling. “Per Europeaan gooien we jaarlijks 127 kilo voedsel weg en in de VS is het nog veel erger”, vertelt Fleuren. “Als je dat uitrekent alleen voor de Europese Unie, heb je het over 450 miljoen mensen maal 127 kilo. Als je dat kon transporteren, zou je jaarlijks tientallen miljoenen Afrikanen kunnen voeden.”
Dat kan natuurlijk niet. Maar de Global South kan wel degelijk profiteren van minder voedselverspilling in het rijke westen, vertelt Fleuren: “Dan dalen de prijzen op de wereldvoedselmarkt, omdat het westen minder hoeft in te kopen. Die lagere prijzen kunnen net weer helpen dat meer mensen in de Global South voedsel kunnen betalen.”
Met het programma Food Waste vragen Fleuren en het Zero Hunger Lab hier aandacht voor. “We helpen bijvoorbeeld supermarkten om iets te doen met bijna verlopen producten. Niet alleen naar de Voedselbank, maar ook als aanbieding in de winkels met een recept erbij.” In winkelblaadjes als de Allerhande zijn steeds vaker recepten te vinden met restjes voedsel. “Op die manier hopen we ook individuele consumenten bewuster te leren omgaan met voedsel.”
Lichtpuntjes
Voedselzekerheid voor elke wereldburger in 2030 gaat niet lukken. En het huidige politieke leiderschap helpt ook niet bepaald mee om dit SDG-doel een slinger te geven. “Ontkennen van het probleem werkt alleen maar averechts”, stelt Fleuren. “Trumps ontmanteling van USAID is een ramp.” Peters knikt. “De trend in Europa is ook dat er minder geld is voor humanitaire steun.” De Pee vult aan: “Landen moeten minder afhankelijk worden van externe financiering, heet het. Dat is makkelijk gezegd voor stabiele landen, maar moeilijk voor landen in crisis.”

Toch zien ze alle drie ook lichtpuntjes, en die liggen bijvoorbeeld in betere en toegankelijkere technologie. “We investeren nu bijvoorbeeld veel in het open access maken van systemen als Enhance, zodat mensen zelf data erin kunnen zetten en analyses kunnen maken”, vertelt Peters. “Dus via kennisoverdracht het empoweren van anderen.”
Het Zero Hunger Lab zet data en AI in om beter te anticiperen op rampen en hongersnoden. “Dat scheelt een factor 7”, vertelt Fleuren, verwijzend naar cijfers van het WFP. “Elke dollar die je voorinvesteert, betaalt zich zevenvoudig terug van wat je zou moeten betalen als de ramp al gebeurd is.” Zo blijven ze zich inzetten voor zero hunger. Ze kunnen en willen niet anders. “Hoe verder je terugkijkt in de tijd, hoe hoopvoller je wordt. Vergeleken met vijftig jaar geleden is het echt beter geworden“, zegt Peters. “Het is heel makkelijk om dat uit het oog te verliezen door alle crises om ons heen, maar we moeten ambities blijven houden.”

Verband met andere SDG’s
> SDG 4: Kwaliteitsonderwijs
“Voeding en vooral ondervoeding hebben een negatief effect op de mentale en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Je kunt het verschil maken door als overheid te investeren in schoolmaaltijden en in speciale voedingsproducten en die aan de allerarmsten te verstrekken via consultatiebureaus en in schoolmaaltijden. Dat laatste is bijvoorbeeld in Pakistan opgezet en heeft inmiddels al ruim 4 miljoen vrouwen en kinderen bereikt.” (Saskia de Pee)
> SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie
“Voor een eerlijke verdeling van voedsel moet de vlees- en visconsumptie drastisch omlaag. Maar dat zijn lange processen, want er spelen ook veel economische belangen mee. Kijk maar naar de veestapeldiscussie in ons land.” (Hein Fleuren)
Inspiratiebronnen

Bekijk: Yezidi-meisje
“Er is een prachtige WFP-foto van een Yezidi-meisje. Ik vind de combinatie van het dromerige, maar waarschijnlijk ook het hongerige van dit meisje heel indringend. Zo leven er wereldwijd 200 miljoen kinderen in honger.” (Hein Fleuren)
Bezoek: Deltawerken
“De Deltawerken zijn misschien geen kunstwerk in strikte zin, maar ik kies ze toch. Omdat ze voor mij laten zien wat de mensheid kan bereiken als we samenwerken om een “onmogelijk” probleem op te lossen.” (Koen Peters)
Bekijk: Zonnebloemen | Vincent van Gogh
“Ik vind de Zonnebloemen van Vincent van Gogh heel mooi. Zonnebloemen zijn een rijke voedselbron (olie en pitten), heel mooi om te zien, en prachtig geschilderd door Van Gogh.” (Saskia de Pee)
Lessuggestie
Wie aan honger denkt, denkt niet meteen aan logistiek, laat staan aan wiskunde (wiskundigen misschien uitgezonderd). Het interview met Hein Fleuren laat zien dat dat onderlinge verband wel degelijk voor de hand ligt. De kern van het werk dat Fleuren en collega’s voor het World Food Programme doen, bestaat uit het modelleren van data: gebruikmaken van telkens wisselende gegevens om een zo efficiënt mogelijk model te creëren voor voedseldistributie. Voor een model heb je zowel kennis nodig van de relevante gegevens van beschikbaarheid en behoefte als de transportlijnen.
Kunstblik: Aardappeleters | Vincent van Gogh

Van Gogh Museum Amsterdam, onvoltooide versie in het Kröller-Müller Museum Otterlo.
Vincent van Gogh (1853 – 1890) begint op zijn zestiende te werken in de kunsthandel. De handel is geen succes, maar de kunst trekt wel. Na nog wat losse baantjes, onder meer als lekenprediker in de Belgische mijnwerkersstreek de Borinage, begint hij in 1879 zelf met schilderen. Zijn werk uit die begintijd in zijn geboortestreek in Brabant is nog vrij somber van kleur; later wordt zijn werk, als hij zich in de Franse Provence heeft gevestigd, kleurrijker. Aardappeleters symboliseert, mogelijk door Van Gogh zelf onbedoeld, een arm en vreugdeloos milieu, waarin de maaltijd tamelijk eenzijdig is.