17 ‘De grote verandering moet van onderaf groeien’

SDG 17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken
Het realiseren van de doelen vereist samenhangend beleid, een coöperatieve omgeving en het aangaan van nieuwe (mondiale) partnerschappen.

 

Van links naar rechts: Roos Janssens (De Kift), Ferry Heijne, Jaap Graveland, Sander Turnhout en Tiny Wigman

Bij een complexe opgave als werken aan een duurzame planeet kom je niet ver met een smalle, monodisciplinaire blik. Samenwerken en over je eigen grenzen kijken is daarom essentieel. Om dat te demonstreren neemt onderzoeker Sander Turnhout enkele “samenwerkers in hart en nieren” mee op een wandeling. De wetenschapper, de ambtenaar, de landschapsadviseur en de muzikant praten samen over hoe je partnerschappen smeedt. ‘Niet met rieken tegenover elkaar, maar leren elkaar te begrijpen.’

Speel me een wals voor de tijd die gaat komen. Voor het vuur dat nooit wordt gedoofd.” (‘Wals’ / De Kift)

Een betere en duurzame wereld voor iedereen, dat is het hogere doel achter de 17 SDG’s. Gaat die wereld er ooit komen? 2030, het streefjaar, lijken we alvast niet te gaan halen. Geen wonder, vindt Sander Turnhout. Een echt duurzame wereld waarin het voor iedereen overal goed toeven is, vraagt om wat wetenschappers een ‘transformative change’ noemen. “Het vraagt niet alleen om verduurzaming van onze energie, maar ook van onze voedselkringloop, onze economie, onze culturele overtuiging van wat economie is. We moeten overal alles anders doen. En dat lukt niet vanachter de tekentafel, niet vanuit de wetenschap, niet vanuit data, maar alleen als je al die dingen bij elkaar brengt.”

Sander Turnhout

Zo’n grote opgave kan verlammend werken: hoe krijgen we dat in vredesnaam ooit voor elkaar? Turnhout mag dat graag downsizen: begin gewoon. Zoek andere mensen op, luister, wissel uit, oefen geduld, laat je verrassen en kijk wat er ontstaat. Voor de wandeling nodigde hij mensen uit die dat doen. Bioloog Tiny Wigman werkt vanuit stichting Via Natura samen met onder anderen boeren, beleidsmakers en burgers aan het ontwikkelen van een duurzaam boerenlandschap. “We hebben het voor elkaar gekregen, en dat is uniek in Nederland, dat boeren voor agrarisch natuurbeheer contracten met de overheid hebben afgesloten voor een termijn van dertig jaar.”

Turnhouts volgende partner is Jaap Graveland, adviseur informatievoorziening natuur bij Rijkswaterstaat en buiten werktijd actief als teller van vogels, boomkikkers en dagvlinders en als bestuurder bij natuurorganisaties IVN en KNNV. “Mijn missie is dat alle gegevens die wij verzamelen over hoe de natuur ervoor staat, voor iedereen beschikbaar komen én ook gebruikt wordt.”

De derde wandelaar is Ferry Heijne, zanger van De Kift. Samen met Turnhout organiseerde hij Gesprek met de Streek, waarbij mensen uit diverse lokale geledingen elkaar ontmoeten en ervaringen en kennis over duurzaamheid uitwisselen, met muziek als verbindende factor. “Onze nieuwste plaat, Niemandsland, heeft, mede door samenwerking met Sander, als thema de wereld om ons heen en wat we daarmee willen.”

Het is een lange lijst ellende waarover ik vertel. Een spoor van vernieling van hier tot in de hel.” (‘Niemandsland’ / De Kift)

De wandeling start bij de Nijmeegse poptempel Doornroosje naast het station, waar De Kift die avond een concert zal geven. Na de brug volgen we het voetpad over het eiland bij de Spiegelwaal, nieuw landschap als resultaat van het project Ruimte voor de Rivier. Een prachtvoorbeeld van goed samenwerken en anders durven denken, noemt Turnhout dit. “Toen het project in 2012 startte, was het idee dat de zwarte populier en zwarte ooievaar weer terug zouden komen. De rivier heeft ons van alles teruggebracht, alleen geen zwarte ooievaar. En toch noemen we het een van de meest geslaagde natuurherstelprojecten en dat vind ik wijsheid. Het werkt: er is prachtige natuurontwikkeling, een nieuw recreatiegebied en een veilig overloopgebied bij hoog water. Boeien dat die zwarte ooievaar er niet zit.”

Wat hij maar zeggen wil: een te smalle blik kan je dwarszitten, of je nu ecoloog, ambtenaar, boer of burger bent. Als je de natuur bijvoorbeeld louter als te observeren object beschouwt en niet als actor, zul je dingen over het hoofd zien. Bijvoorbeeld dat slechtvalken misschien van nature grondbroeders zijn, maar als de nood aan de man komt, ook heel goed kunnen nestelen op de torens van de Amsterdamse energiecentrale. “De vogel verzint een ander kunstje en opeens kloppen jouw modellen niet meer”, lacht Turnhout. “Niet dat ik tegen modellen ben, maar je moet je wel realiseren dat die modellen over iets levends gaan, dat gedrag kan veranderen.”

In zijn proefschrift (2020) heeft Turnhout dat feilloos ontleed. Hij vertelt hierin het verhaal over de rivierrombout, een libel die in Nederland uitgestorven zou zijn. “Hij stond zelfs op de nominatie mondiaal uit te sterven. Maar het bleek helemaal niet einde oefening, want zoals een natuurvrijwilliger toevallig ontdekte, zaten er larven van het beestje op diverse plekken aan de Waaloever. Dat hele rivierensysteem hadden libellenonderzoekers niet in beeld, want ze keken alleen naar beken, sloten en moerassen.” Zijn boodschap: kijk ook eens buiten je eigen hokje. Want wat je ziet, ligt er maar net aan hoe je kijkt.

Jaap Graveland

Jaap Graveland is het met de noodzaak van een brede blik helemaal eens. Hij noemt als voorbeeld het voornemen van Defensie om het natuurgebied Terletse Heide bij de Veluwe als schietterrein in gebruik te nemen. “Natuurmonumenten was meteen in alle staten en riep op tot actie. Maar onze data wijzen uit dat de natuur op veel defensieterreinen veel beter ontwikkeld is dan elders. Het is er rustiger, zonder recreanten met honden en onvoorspelbaar gedrag. En de dieren wennen aan de harde knallen. Dus het verzet is emotioneel en lijkt vooral ingegeven door de beleving van de mens. We moeten leren meer vanuit de natuur en feitelijke data daarover te kijken.”

Om mensen daarbij te helpen, is het nodig data te vertalen naar duidelijke, aansprekende verhalen. Daar is nog een wereld te winnen, vindt Graveland. “Ik vind het een overheidstaak om gegevens te laten spreken, zeker voor zo’n zwak belang als natuur. Laat bijvoorbeeld indringend zien, met grafieken, foto’s en een goed verhaal, hoe stikstof de bodem verzuurt en daardoor het ondergrondse ecosysteem aantast. Ik vroeg een hoge bestuurder bij het Planbureau voor de Leefomgeving waarom wij dat als overheid niet doen. Het antwoord was: het is beter als burgers dat doen, want wij als overheid worden toch niet geloofd. Ik dacht: nou breekt toch echt mijn klomp. Je moet er gewoon staan, je hebt niet voor niets al dat geld aan monitoring uitgegeven.”

Rijkswaterstaat valt onder Infrastructuur & Waterstaat. Dit departement werkt wel samen met dat van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), bijvoorbeeld in het Programma Grote Wateren. Maar toch is er op zijn departement vaak een houding van: voor natuur moet je bij LVVN wezen. Dus ja, de noodzaak van meer ‘samenhangend beleid’, zoals benoemd in SDG 17, kent Graveland maar al te goed. “En we zouden ook veel meer gebruik kunnen maken van elkaars best practices. Ik ben in mijn werk heel veel bezig geweest om overheden te laten zien welke formats en tools voor informatievoorziening er al zijn en ze te overtuigen om die te gebruiken. Om te voorkomen dat het wiel telkens opnieuw uitgevonden wordt.”

Een boomreus levert een heerlijk zinloze schaduw.” (‘Mooi’ / De Kift)

Vanuit het eiland voert de wandeling over de Waalbrug. De auto’s denderen voorbij. Maar onder die wereld van asfalt en beton gebeurt iets bijzonders, vertelt Graveland. In de voegen aan de onderkant van de brug overwinteren vleermuizen. Er is dus een wereld onder of achter de ons bekende wereld. Om die transformative change te bewerkstelligen helpt het als we daar oog voor krijgen.

Je blik verbreden, dat is waar samenwerken in essentie op neerkomt, aldus de wandelaars. Dat begint al heel simpel: je hebt anderen nodig om de natuur beter te leren kennen. “Onderzoek laat zien: als je vanuit een veldgids vogels of bloemen probeert waar te nemen, lukt dat vaak niet”, vertelt Turnhout. We staan onder de brug voor een korte pauze met krentenbollen. “Iemand anders moet je helpen en aanwijzen waarop je moet letten.”

Iemand anders laten kijken vraagt wel om fluwelen handschoenen. “Dingen die contrasteren met je eigen waarden, komen binnen in je pijncentrum”, vertelt Turnhout. “Mensen luisteren dan niet meer naar argumenten en met een rationele discussie kom je er dan dus niet. We moeten veel meer waardendialogen voeren.” Niet iedereen vanuit de eigen stellingen de eigen belangen verdedigen en hopen dat je in het midden uit kan komen, maar samen praten over de waarde achter die belangen. “Als een boer begint over zijn verdienmodel, vraag je waarom dat zo belangrijk is. En dan hoor je bijvoorbeeld ‘als ik rood sta, kan ik niet groen doen’. Als die waarde op tafel komt, kun je elkaar vinden en samen een transitie aangaan. Want dan weet je dat de boer wel anders wil, maar dat je daar wel samen mogelijkheden voor moet regelen.”

Tiny Wigman

Tiny Wigman werkt precies op die manier al jarenlang met boeren en heeft samen met hen succesvol een groenblauwe dooradering in het boerenlandschap weten te realiseren: houtwallen, heggen, sloten en poelen die zorgen voor gezonde, rijke ecosystemen. “De kern is om elkaar serieus te nemen. Ga niet meteen met ‘de’ landbouworganisatie werken, maar ga in gesprek met mensen. Laagdrempelig dus. En met oog en oor voor wat boeren zelf belangrijk vinden en wat ze allemaal weten.”

Graveland knikt. Hij verwijst naar de boer die het landelijke nieuws haalde, omdat hij knotwilgen omhakte uit woede over de stikstofregeling. “Ik werk in dat gebied veel samen met boeren in het beheer van natuur met agrarisch medegebruik. Ik ben met hem letterlijk aan de keukentafel in gesprek gegaan over wat hem dwarszat. Dat werd een heel fijn gesprek. Uiteindelijk is hij een weidevogelboer geworden. Omdat hij zich gewaardeerd voelde en zijn eigen kennis werd gebruikt.”

Van mens tot mens, noemt Wigman dat. “In onze keukentafelgesprekken presenteer ik niet een plan van ‘zo moet het worden’, maar vertel ik over de criteria en de mogelijkheden om op hun land de biodiversiteit te vergroten. Ik vraag de boer en zijn gezin: wat zijn jullie ideeën over jullie eigen landschap? Dan zegt iemand bijvoorbeeld: ‘Dat is altijd een natte plek, daar kan wel een poel komen. Die was daar vroeger ook, weet ik van mijn opa.’ Zo kom je bij plannen die passen in het landschap, bij de mensen en ook bij hun bedrijf.”

Wigman ziet hoe steeds meer boeren oog krijgen voor de toegevoegde waarde – ook voor hun bedrijf – van biodiversiteit en duurzaam landschapsbeheer. “We hebben bijeenkomsten met boeren en onderzoekers rondom ons experiment met kruidenrijk grasland. Dat zijn geweldige bijeenkomsten waar we het helemaal niet over stikstof hebben. Ze zijn samen aan het leren. Dan zitten ze met hun knieën op het land en graven ze samen met bodemspecialisten een gat en zien ze hoe rijk het bodemleven is geworden. Daar zijn ze trots op, want het is hun land.”

En ja, natuurlijk blijven er boeren die denken: het zal allemaal wel. Maar hoe meer van hun collega’s met succes overschakelen op duurzaam landschapsbeheer en daarvoor waardering krijgen, hoe meer er over de brug komen, aldus Wigman. “Wij hadden in de Ooijpolder de grootste scepticus als eerste over de streep getrokken. Dat hielp. De anderen dachten: als die meedoet, dan zit het wel goed.”

Ja, zo zouden we het graag hebben, dat we de kroon droegen en genoeg kregen van de wereld. Maar is het niet omgekeerd, dat de wereld genoeg krijgt van ons.” (‘De Kompanen’ / De Kift)

Ferry Heijne ontmoet vandaag Graveland en Wigman voor het eerst en voelt zich al meteen met hen verbonden. “Ik vind het mooi dat Tiny zelf uit een boerenfamilie komt en nu als natuurbeschermer samenwerkt met boeren. Zij begrijpt de boer, maar ook Jaap, Sander en mij. We staan niet met rieken tegenover elkaar, maar leren elkaar begrijpen. Uiteindelijk gaat het om de wereld om ons heen.”

Hij hoopt dat zijn muziek mensen bij elkaar kan brengen en kan fungeren als cement. “Muziek kan dieper raken dan woorden. Omdat het niet altijd lukt om in woorden uit te drukken hoe je je voelt of wat je bedoelt.” Met hun nieuwste plaat Niemandsland wil De Kift uitdrukken dat onze wereld van grote waarde is. “De plaat is ontstaan vanuit het bewustzijn dat we het met deze wereld moeten doen en dat het belang van alle individuen is dat die wereld gewoon blijft bestaan, als een schoonheid. We moeten blijven zoeken naar een manier om samen te werken. Dat gaat stapje voor stapje. Niet meteen van de vloer naar de zolder, zoals mijn moeder zou hebben gezegd.”

De wandelaars zijn ervan overtuigd dat de grote ommekeer van onderaf moet groeien. “We moeten het zelf doen en uiteindelijk zal het beleid volgen”, zegt Heijne. “En dat gaat gemakkelijker als we met meer zijn.” Graveland knikt. “Een goed netwerk creëren en onderhouden is het belangrijkste.”

“Ik werk regionaal met gemeenten, Waterschap en soms met een provincie samen, de landelijke overheid is me te ver weg”, zegt Wigman. “Het gebied moet je kunnen vastpakken en overzien.” Precies, zegt Turnhout. “Als je in de samenleving iets wilt veranderen, moet je de gemeenschap te pakken zien te krijgen, daar kun je een gemeenschappelijk streven creëren. De Tweede Kamer staat niet meer voor die gemeenschap.”

Zoek het dicht bij huis, adviseren de wandelaars. Schiet niet te hoog over met nationale of mondiale maatregelen. Natuurlijk, het is mooi en nodig om mondiaal af te spreken dat we stikstof gaan reduceren. Dat we 17 SDG’s nastreven. Maar het echte werk moet op een ander niveau plaatsvinden. Het is zelfs niet zo, legt Wigman uit, dat je wat in het Rijk van Nijmegen een succes is, landelijk kunt uitrollen. “Je kunt zelfs niet zeggen: wat boer A daar heeft gedaan, kan boer B hier zo overnemen. Iemand moet het zich eigen maken. Daarom ben ik erg voor praktijkexperimenten: gewoon uitproberen en kijken of het iets voor je is.” Turnhout knikt: “Mensen moeten het proces zelf doormaken. Wie iets wil uitrollen, moet bij Carpetland gaan werken.”

Wel kunnen ze elders profiteren van enkele vuistregels. Start lokaal. “Zoek in jouw omgeving naar vrijwilligers, actieve boeren, mensen in natuurorganisaties, het waterschap en de gemeente. Met die groep kun je aan de gang.”

Ik ben maar een zanger. Ik zwerf over de wereld die ik liefheb, ik kwam hier om te zingen en dat jullie meezingen met mij.” (‘Wereld, wereld’ / De Kift)

En dan opeens grijpt iedereen naar een mobieltje. Want wat zien die berijpte kaardebollen er in de mist prachtig uit! “Kaardebollen bloeien in laagjes”, legt Turnhout al fotograferend uit. “Zo zijn ze veel langer beschikbaar voor allerlei insecten.”

Van mens tot mens, oog voor het perspectief van de ander, breder kijken en omdenken – allemaal heel belangrijk. Maar voor de grote ommekeer is nog iets nodig, namelijk nieuwe onthologieën of denkrichtingen. “De westerse manier van denken, het rationalisme, heeft ons veel gebracht, maar heeft ook veel onzichtbaar gemaakt en uitgevlakt”, stelt Turnhout. “We gaan onze relatie met de leefomgeving alleen repareren als we andere manieren van zijn ook weer leren kennen en van daaruit gaan leven. Je kunt dan denken aan indigious peoples en hun directe relatie met de natuur, maar het ook dichter bij huis houden, en je laten inspireren door mensen die literatuur, muziek of kunst maken.” Heijne knikt. “Kunst gaat over de werkelijkheid en wat die werkelijkheid zou kunnen zijn. Zo zie ik onze rol in dit verhaal: dat we met onze muziek iets oprakelen en activeren in de hoofden van mensen.”

Naast biologie – de leer van het leven – hebben we volgens Turnhout ook biofilie nodig: de liefde voor natuur. “Ik ben ervan overtuigd dat biofilie een veel betere natuurbeschermingsstrategie is dan biologie. Als je van iets houdt, is het logisch dat je het niet kapot maakt, waarom zou je?”

 

Verband met alle andere SDG’s

> Alle andere SDG’s
“Een echt duurzame wereld waarin het voor iedereen overal goed toeven is, vraagt om wat wetenschappers een ‘transformative change’ noemen. Het vraagt niet alleen om verduurzaming van onze energie, maar ook van onze voedselkringloop, onze economie, onze culturele overtuiging van wat economie is. We moeten overal alles anders doen.” (Sander Turnhout)

 

Inspiratiebronnen

Lees en luister: Walter Benjamin & David Bowie
“Als jongen vond ik, vanuit mijn voorliefde voor ruimtevaartlego, David Bowie interessant: Space Oddity. Lang vond ik zijn weirde muziek het mooist: ‘Ziggy Stardust and the spiders from Mars’. Tot ik Walter Benjamin las. Ik vrat dat: wat een brein! In één van zijn essays heeft hij het over het schilderij ‘Angelus novus’ van Paul Klee. Deze engel van de vooruitgang wordt rugwaarts de toekomst in geblazen en spreidt zijn vleugels in verzet. Dat beeld raakt van alles in mij: verlangen naar oorsprong en verzet, maar ook een kinderlijke verwondering: als het universum een rondje draait, ga je dat nooit zien, omdat je altijd achterom kijkt. En toen kwam automatisch een van de saaiere, meer poppy albums van Bowie binnenvliegen: ‘Look back in anger’. Het duurde daarna nog even, maar de volgende strofe is ‘the speaker was an angel’ en in de videoclip poseert hij als schilder. Dan buig ik diep voor Bowie.” (Sander Turnhout)

Lees: De koning buigt, de koning moordt | Herta Müller, 2010 | Uitgeverij De Geus
“Ik ben een grote fan van het werk van Herta Müller. In haar essaybundel De koning buigt, de koning moordt heeft ze het over de tussenruimtes tussen de woorden. In een mensenhoofd zijn allerlei plekken waar woorden niet kunnen komen en waar emoties en gedachten zetelen. Je kunt die niet benoemen, maar ze zijn er wel. Dat vind ik een mooie gedachte. In haar poëzie probeert ze het onbenoembare toch te benoemen. Het is bijzonder hoe ze vanuit al haar persoonlijke associaties komt tot een gedicht dat ook ik kan begrijpen en een universeel gevoel weet op te roepen.” (Ferry Heijne)

Lees: De acht grote lessen van de natuur | Gary Ferguson, 2019 | Uitgeverij Ten Have
“Hoezo onderscheidt de mens zich van dieren door taal en bewustzijn? Er is steeds meer bewijs dat dat onzin is. Over de natuur weten we nog zoveel niet. Als je bijvoorbeeld de mussen op het dak hoort tjilpen of de roeken hoort roepen, welke communicatie gaat daarachter schuil? In zijn boek De acht grote lessen van de natuur verwoordt Gary Ferguson dat prachtig. Stel je meer open voor wat je niet weet, zegt hij. Dan ga je beter waarnemen en ga je je openstellen voor medeschepselen. Als je die beter leert kennen, wil je ze ook beschermen.” (Jaap Graveland)

Lees: ‘De muren’ | Leo Vroman 
“Op mijn mondelinge eindexamen kreeg ik het gedicht ‘De muren’ van Leo Vroman. Nu ik het herlees, raak ik opnieuw ontroerd. Het gaat voor mij over de scheiding tussen stad en land, tussen het leven in je hoofd en het leven met de voeten in de klei. Die afstand voelde ik als puber enorm en later ben ik erin gedoken. Ergens is het zaadje geplant.” (Tiny Wigman)

 

Lessuggestie
Een citaat in het hoofdstuk: “Het is mooi en nodig om mondiaal af te spreken dat we stikstof gaan reduceren. Dat we 17 SDG’s najagen. Maar het echte werk moet op een ander niveau plaatsvinden.” Met andere woorden: de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen worden niet behaald in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties, maar bij jou om de hoek. In het gesprek tussen een wetenschapper, de ambtenaar, de landschapsadviseur en de muzikant maak je kennis met onzekerheidsvraagstukken. Daarmee leren omgaan, wat componist en klimaatactivist Merlijn Twaalfhoven ‘onzekerheidsvaardigheid’ noemt, is een belangrijke vaardigheid voor elke student.

Lees hier een praktische lessuggestie.

 

Kunstblik: The Sunflowers Quilting Bee at Arles | Faith Ringgold

 

The Sunflowers Quilting Bee at Arles, 1997 | Textielquilt, 213 x 366 cm | Metropolitan Museum of Art New York.

Faith Ringgold (1930 – 2024) heeft als beeldend kunstenaar tal van disciplines beoefend, maar het meest bekend is ze om haar verhalende quilts. Haar ouders waren door de Great Migration in New York beland en daar, in Harlem, gaven ze hun kinderen een zo artistiek mogelijke opvoeding. Ringgold had grote belangstelling voor muziek, maar koos door chronische astma voor de beeldende kunst. Quilten is een bezigheid die doorgaans groepsgewijs wordt uitgevoerd. Arles in Frankrijk werd als kunstplek bekend door Vincent van Gogh, schilder van zonnebloemen. De link die Ringgold hier legt tussen haar eigen cultuur en de westerse kunstgeschiedenis, past bij uitstek bij dit doel.

Licentie

Icoon voor de Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License

De kracht van verbinding Copyright © 2026 by Paul van den Broek en Bea Ros is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License, except where otherwise noted.