16 ‘In een rechtvaardige wereld gelden rechten voor iedereen’
SDG 16: Vrede, justitie en sterke publieke diensten
Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen en bouw op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en toegankelijke instellingen uit.

Een duurzaamheidsdoel voor vrede en recht is hard nodig, want wereldwijd staan mensenrechten steeds meer onder druk. Hoogleraar Mensenrechten Jasper Krommendijk en mensenrechtenadvocaat Lisa-Marie Komp maken zich daar ernstige zorgen over. Hun waarschuwing is luid en duidelijk: ‘Je kunt niet zonder risico morrelen aan de rechten van een groep mensen die jou even niet zint.’
Ten tijde van ons gesprek zetelt het kantoor van Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers, de werkplek van Lisa-Marie Komp, nog in een majestueus pand aan de Linnaeusstraat. Ooit zetelde hier het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Inmiddels biedt het gebouw onderdak aan diverse kantoren en culturele instellingen. Het gebouw ademt nog volop de historie. Het monumentale trappenhuis is versierd met wandschilderingen uit ons ‘roemrijke verleden’, inmiddels beter bekend als ons pijnlijke verleden. Zo zien we een pontificale afbeelding van VOC-voorman Jan Pieterszoon Coen, compleet met zijn beroemde hart onder de riem aan zijn mannen in Nederlands-Indië: “dispereert niet” (‘wanhoop niet’).
Houd de moed erin. Het is, ook al is het uit verdachte mond, een motto dat we in onze tijd nog steeds goed kunnen gebruiken. Want de wereld lijkt meer dan ooit een strijdtoneel waarin louter het recht van de sterkste geldt. In dit gebouw praten we met mensenrechtenadvocaat Komp en Jasper Krommendijk, hoogleraar Mensenrechten aan de Radboud Universiteit, terwijl de regen tegen de ruiten striemt. Zwaar weer, ook voor de mensenrechten.
Onder druk
Vrede en recht voor iedereen, de inzet van het zestiende duurzaamheidsdoel, is te zien als de bodem, een absolute basisvoorwaarde, voor werken aan een eerlijke en duurzamere wereld. En het fundament daar weer onder vormen de mensenrechten. Het is niet toevallig dat verdragen hiervoor tot stand kwamen net na de Tweede Wereldoorlog, toen het besef groeide: dit nooit meer. Willen we onrecht en oorlog voorkomen, dan moeten we ons samen en over landsgrenzen heen scharen achter een aantal waarden en grondrechten voor alle mensen, was de gedachte. Zo ontstond in 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en zag in 1950 het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) het licht.

Begin november 2025 hield Krommendijk een lezing voor zo’n honderd ambtenaren van het ministerie voor Justitie en Veiligheid. De aanleiding was de 75e verjaardag van het EVRM, toch was zijn boodschap eerder waarschuwend dan feestelijk. “Grondrechtenbescherming staat erg onder druk”, vertelt Krommendijk. “Het gevolg van populisme en rechts-extremisme is dat heel veel lidstaten uit het verdrag willen of het willen veranderen. Ook Nederland.” Zo lieten negen lidstaten mei 2025 weten dat ze meer nationale armslag willen om een strenger migratiebeleid te kunnen voeren. En in Nederland nam een Kamermeerderheid een motie aan om het verdrag te ‘moderniseren’.
Dat is zorgelijk, stelt Krommendijk. “Het is een kantelpunt dat nu in Europa een discussie woedt over hoe het verdrag zo te veranderen is dat de verplichtingen ervan ons niet meer in de weg zitten.” De mensenrechtenverdragen en grondwetten zijn in de loop der jaren wel vaker aangepast. “Maar die aanpassingen waren steeds bedoeld ter versterking en uitbreiding van de grondrechten. Aanpassen om de bescherming af te zwakken, dat is nog niet gebeurd. Maar daar lijkt het nu wel heen te gaan.”
Ook Komp noemt deze ontwikkelingen zorgelijk. “Op het moment dat een land zich alleen aan de regels houdt wanneer dat goed uitkomt, tast je het fundament van de rechtsstaat aan.”
Pushbacks
In landen waar een (burger)oorlog woedt, zijn schendingen van mensenrechten aan de orde van de dag. Sterker, die zijn onderdeel van de strijd. Kijk maar naar Gaza of Soedan. Maar ook in stabiele landen kom je die schendingen tegen. Als schrijnend voorbeeld noemen Komp en Krommendijk het Europees grensbeleid. “Het aantal mensenrechtenschendingen aan de EU-buitengrenzen, zoals in Polen, Belarus en Griekenland, is echt enorm”, vertelt Komp. “Pushbacks, waarbij mensen zonder procedure naar een ander land worden uitgezet en geen recht krijgen om asiel aan te vragen, zijn hier heel normaal. En ze gaan gepaard met veel geweld. Mensen gaan dood of raken gewond. Die schending is structureel, zichtbaar en evident.”
Dat dit kan voortduren, komt doordat de mensen die het treft geen toegang tot het recht hebben. Ze worden er letterlijk van verwijderd, doordat men hen bijvoorbeeld de zee op duwt. Ze verkeren niet in de luxepositie dat ze een advocaat kunnen bellen die het voor hen opneemt. Ook hebben ze doorgaans niet de middelen om een slepende rechtszaak te starten.
Een Syrische familie heeft het wél aangedurfd. Het gezin met vier kinderen kwam eind 2016 aan in Griekenland om daar asiel aan te vragen. Elf dagen later volgde een pushback: Frontex en de Griekse autoriteiten zetten de gezinsleden op een vliegtuig naar Turkije, waar ze bij aankomst meteen gevangen werden gezet. Na vrijlating vluchtte het gezin naar Noord-Irak. Komp is hun advocaat in een zaak tegen Frontex, het Europese grens- en kustwachtagentschap. “Mijn collega’s en ik behartigen de belangen van dit gezin, maar de zaak staat symbool voor een patroon van mensenrechtenschendingen aan de Europese buitengrenzen.”
In september 2023 oordeelde het Europese Hof van Justitie dat Frontex geen schadevergoeding hoefde te betalen aan het gezin. Komp ging in hoger beroep en de zaak ligt nu bij de Grote Kamer van het Europese Hof. “Dat het bij de Grote Kamer is belegd, met vijftien rechters, toont dat het echt ergens om gaat”, licht Komp toe. “Wij snijden iets aan wat voor het Hof redelijk nieuw en complex is: in hoeverre kan een EU-agentschap samen met of onafhankelijk van een EU-lidstaat aansprakelijk zijn? Hoe werkt het als die twee samenwerken, zoals bij Frontex het geval is? Die vraag hebben we aan het Hof voorgelegd.”
Ter voorbereiding vroeg Komp aan Krommendijk en een collega om een expertadvies te schrijven over de institutioneel-rechtelijke aspecten, om het bredere belang van de zaak voor de EU duidelijk te maken.
Inmiddels heeft het Hof verklaard dat Frontex, los van de EU-lidstaten, een verplichting heeft om mensenrechten te waarborgen en dus aansprakelijk kan worden gehouden als het daarin tekortschiet. “Daarnaast benadrukt het Hof dat bij de beoordeling van een vordering door vluchtelingen die in een bijzonder kwetsbare situatie verkeren, er acht geslagen moet worden op die kwetsbare positie”, vertelt Komp.
Ontmenselijking
De uitspraak van het Europese Hof is een welkom tegenwicht voor de politieke teneur in veel westerse landen. “Politici houden ons inmiddels al jaren voor dat deze groep verantwoordelijk is voor alles wat bij ons niet goed gaat”, stelt Komp. “Dat gebeurt door deze groep te ontmenselijken en af te schilderen als een ‘tsunami’ die Europa dreigt te overspoelen. Daardoor verliezen we uit het zicht dat dit mensen zijn met kinderen, ouders, broers en zussen. Mensen die gemist worden. Mensen die net zo redelijk of onredelijk handelen als jij en ik wanneer ze omwille van hun kinderen de keuze maken om een gevaarlijke reis te maken. Wij hebben de vrijheid om in alle veiligheid de hele wereld over te reizen. Dat dat iets heel exclusiefs is, zijn we ons heel vaak niet bewust.”

Op het moment dat we vergeten dat het om mensen gaat, wordt het gevaarlijk en komen mensenrechten in het gedrang, stellen beide juristen. Want dan kun je zeggen dat voor deze groep die mensenrechten niet hoeven te gelden. En als het goed uitkomt, zeggen we daarna dat het voor een andere groep ook niet hoeft. Komp verwijst naar een voordracht van Martin Niemöller waarin deze dit sluipende proces indringend verwoordt (zie kader). “Uiteraard gaan we er allemaal vanuit dat wij niet tot die groep zullen behoren die er last van heeft. Maar het is een proces waar we ons allemáál zorgen om moeten maken. Want we kunnen onze vrijheden en verworvenheden niet overeind houden als we die selectief gaan toepassen.”
Krommendijk knikt. “Je kunt alleen maar spreken van een rechtvaardige wereld als de rechten voor iedereen gelden.” Hij zat in een commissie van drie hoogleraren en vier advocaten, ingesteld door de Nederlandse Orde van Advocaten, die najaar 2025 de verkiezingsprogramma’s van vijftien Nederlandse politieke partijen langs de lat van rechtsstatelijkheid heeft gelegd. Uit hun rapport bleek dat slechts vier programma’s geen rode kaart (aantasting van de rechtsstaat) kregen, maar elke partij had wel een of meer onderdelen die een risico voor de rechtsstaat betekenden. De programma’s van PVV en JA21 bevatten geen punten om de rechtsstaat te verstevigen. Na de presentatie in Nieuwspoort ontstond er veel discussie over hun rapport. “Wat ik beangstigend vond, was de kritiek dat wij de rechtsstaat zouden politiseren, terwijl het natuurlijk de politieke partijen zijn die dat doen. Je ziet dat het discours zo verschuift dat de mensenrechten en de rechtsstaat een soort linkse elitaire hobby worden en vooral een sta-in-de-weg voor beleid en voor wat het volk wil. Toen ik ging studeren, waren mensenrechten iets universeels en ze stonden niet of nauwelijks ter discussie.”
Zijn die rechten inderdaad universeel en betekenen ze in Nederland hetzelfde als in bijvoorbeeld Brazilië of Kenia? “De normen zijn hetzelfde, die zitten in verdragen die uit onderhandeld zijn door allerlei staten en die deze vrijwillig hebben getekend”, stelt Krommendijk. In de toepassing kunnen er wel verschillen zijn. Rechters laten beoordelingsruimte aan staten om bepaalde keuzes te maken in de afwegingen tussen de diverse grondrechten. En natuurlijk kunnen staten de grondrechten schenden, maar dat betekent alleen maar des te meer dat ze universeel zijn. “Er wordt vaak geroepen dat mensenrechten westers zijn. Maar als je mensen vraagt wat hun aspiraties zijn, kan ik me niet voorstellen dat ze in Kenia of Brazilië geheel andere keuzes maken en zeggen: ‘zet mij maar achter tralies'”, stelt Krommendijk. “Het zijn de autocratische leiders die verzinsels en nepargumenten de wereld insturen en zeggen dat mensenrechten een westers importproduct zijn.”
Autocrat Playbook
Niet alleen in Nederland of Europa, maar wereldwijd zien beide juristen dat mensenrechten onder druk staan. “Waar je aan het einde van de Koude Oorlog een toename zag van het aantal democratieën en bescherming van mensenrechten, zie je dat het sinds 2010 wereldwijd weer achteruitgaat. Alle lijstjes en indexen van Freedom House tot en met Free Unlimited Press of het World Justice Project tonen dat aan”, aldus Krommendijk. Zo zijn er volgens het laatste V-Dem-rapport van het gelijknamige instituut aan de Universiteit van Gotenburg wereldwijd, voor het eerst in twintig jaar, meer autocratieën (91) dan democratieën (88). 45 landen (met daarin 40% van de wereldbevolking) zijn aan het autocratiseren en 19 landen (6% van de wereldbevolking) zijn aan het democratiseren. Dat is slecht nieuws, want een van de hoofdkenmerken van een autocratie is dat mensen vrijheden en basisrechten ontberen. In deze landen hoef je het al helemaal niet te hebben over rechten voor dieren of het milieu.
Wetenschappers hebben aangetoond dat het slechts enkele stappen vergt om een democratie in een autocratie te veranderen. Dit staat inmiddels bekend als het Authoritarian of Autocrat’s Playbook. Een zo’n stap is het ophitsen tot geweld tegen instituties, zoals Trump deed bij de bestorming van het Capitool. “We dachten lang: dat zijn Amerikaanse toestanden, dat zal in Nederland nooit gebeuren”, zegt Krommendijk. “Maar toen kwamen in 2025 de rellen op het Malieveld, waarbij het partijkantoor van D66 een doelwit werd.” Komp vult aan: “Ook met termen als ‘nepparlement’ en ‘D66-rechters’ breek je instituties af. Of het in twijfel trekken van de verkiezingsuitslag. Dat past allemaal in het Autocrat’s Playbook.”
Als het eenmaal gaat kantelen, is het heel lastig om democratische principes weer te herstellen. “Dat zie je bijvoorbeeld in Polen”, zegt Komp. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor de politiek. “Het staat politieke partijen niet vrij om alleen maar ruzie te maken en instituties te ondermijnen. Het is te makkelijk om de verantwoordelijkheid klein te praten door te zeggen ‘we kunnen niet anders’, in plaats van uit te leggen dat de bestaande beperkingen waardevol zijn. Want ze vormen de ondergrens voor ons allemaal en daarom gaan we beleid maken dat past binnen deze kaders. Als je alleen maar doet alsof het onzinnige drempels zijn, dan snap ik dat burgers zeggen: ‘weg ermee’.” Krommendijk vult aan: “Als je dingen voorstelt waarvan je op voorhand weet dat het straks bij de rechter strandt, plaats je die rechter in de positie van boeman. Dan heet het weer dat rechters partijdig zijn. Dat soort politiek is bewust schade toebrengen aan de rechtsstaat.”
Komp wijst op nog een ander gevaar: louter formalistisch handelen. “De democratie is niet beperkt tot het strikt volgen van de regels. De basis van een democratie en een rechtsorde zijn waarden over (mede)menselijkheid en rechtvaardigheid. Die moeten centraal staan. De burgers voorhouden dat buitenlanders de oorzaak van ons woonprobleem zijn, is wel een heel makkelijke manier om politiek falen op woonbeleid te toucheren. Niet alleen beschadig je daarmee de groep die je voor de bus gooit, je beschadigt ook je eigen democratische, rechtstatelijke bestel en ik vraag me af of die afweging is gemaakt.”
‘De basis van een democratie en een rechtsorde zijn waarden over (mede)menselijkheid en rechtvaardigheid’
Deze ontwikkelingen maken de rol van wetenschappers en juristen urgenter. Om de vinger aan de pols te houden en te blijven waarschuwen. Komp en Krommendijk zijn mede om die reden lid van de commissie-Meijers. Deze onafhankelijke permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtelingen- en strafrecht is in 1991 opgericht op initiatief van Herman Meijers, oud-hoogleraar Volkenrecht aan de Universiteit van Amsterdam, met als doel om op te komen voor de rechtspositie van burgers in de EU en burgers die toegang willen krijgen tot de EU. “We wijzen erop wanneer Europese of nationale wetgeving raakt aan de grondrechten en de rechtsstaat”, vertelt Krommendijk. “Daarbij is het uitgangspunt: als je beleid ontwikkelt op welk terrein ook, moet je je rekenschap geven van wat dat beleid kan betekenen voor mensen.”
Dat betekent, vult Komp aan, “dat je moet nagaan welke gevolgen mensen van jouw voorgenomen beleid kunnen ondervinden. En voor zover die negatief zijn, zorgen dat daar iets tegenover staat.” Ze noemt de toeslagenaffaire als voorbeeld van wat er kan gebeuren als je je beperkt tot heel technisch-juridische vragen zonder oog te hebben wat het voor gezinnen betekent. “Kunnen we oprecht van een gezin verwachten dat het in die kafkaëske wereld van regels nog de weg vindt? En als het antwoord daarop nee is, moet je daar iets mee. Je kunt niet zeggen: dan is het maar pech voor de burger. Want dan doe je tekort aan je eigen rechtsstaat.”
Een overheid moet eerder bevorderen dan belemmeren dat mensen de gang naar de rechter kunnen maken. “Want mensen die de taak op zich nemen om een staat aansprakelijk te stellen, bewijzen ons een enorme dienst”, stelt Komp. “Ons systeem is gebouwd op het idee dat we die corrigerende factor hebben. Dat als het onbedoeld mis gaat, mensen naar de rechter kunnen stappen om dingen recht te zetten. Dus bij het ontwerpen van beleid moet je kijken of dat corrigerende systeem inderdaad kan functioneren? Of lukt dat niet, omdat de mensen die het betreft helemaal geen toegang hebben tot de rechter?”
Die toegang mag formeel het recht van iedereen zijn, in de praktijk zijn het vooral mensen ‘met diepe zakken’ die daar gebruik van kunnen maken. “Het wordt een ander verhaal voor mensen die geen geld hebben”, zegt Krommendijk. “De sociale advocatuur staat al jaren onder druk, omdat er geen droog brood mee te verdienen is en er nauwelijks nog financiering vanuit de overheid voor is.”
Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen;
ik was immers geen communist.
Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen;
ik was immers geen sociaaldemocraat.
Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd;
ik was immers geen vakbondslid.
Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd;
ik was immers geen Jood.
Toen ze mij kwamen halen
was er niemand meer, die nog protesteren kon.
Martin Niemöller (1892–1984), Duits militair, theoloog en verzetsstrijder
TikTok
Overheden zijn dus primair verantwoordelijk voor bescherming van mensenrechten en gelijke toegang tot het recht voor iedereen. Maar burgers dragen ook verantwoordelijkheid, stellen beide juristen. “De rechtsstaat is een publiek belang”, zegt Komp. “Het is het commons’ dilemma: als niemand de verantwoording neemt, omdat het ieders verantwoording is en het iedereen betreft, raakt het verloren.”
Zelf proberen beide juristen waar mogelijk hun verhaal te vertellen. Via onder meer mensenrechtenzaken in Straatsburg, via onderzoek, via werk vanuit de commissie-Meijers en lezingen. Krommendijk geeft als onderdeel van een EU-project rondom de rechtsstaat ook samen met studenten gastlessen in de bovenbouw van basisscholen over wat een rechtsstaat is en wat grondrechten zijn. “Dat doen we op een speelse manier, bijvoorbeeld: je wilt een land beginnen, wat heb je dan nodig en waar moet je aan denken? Of petje op, petje af met vragen over wat wel en niet in de grondwet staat. Als ik zie hoe kinderen in alle redelijkheid samen over deze thema’s praten, geeft me dat wel vertrouwen. Maar dat mag nog veel breder. Mensen moeten voelen dat de rechtsstaat er ook voor hen is.”
Soms denkt hij daarom weleens: misschien moet ik toch op TikTok. “Want ik kan een opiniestuk in NRC schrijven of een bericht op LinkedIn, maar daar bereik je vooral mensen uit je eigen bubbel mee.”
Het koesteren van de rechtsstaat mag inderdaad weer breder gaan leven, zegt ook Komp. “Iedereen zou zich moeten afvragen: in welke wereld wil ik leven en hoe kan ik daar een steentje aan bijdragen? We kunnen elkaar er vaker op aanspreken. Als er weer een zondebok tevoorschijn wordt gehaald, kunnen we ons afvragen: klopt dat wel? En wat was het politieke beleid op dat terrein eigenlijk? Hadden we hierop überhaupt beleid? Dus de discussie voorbij de zondebok voeren. Daarvoor hoef je geen jurist te zijn, dat kan iedereen doen.”

Verband met alle andere SDG’s
> Alle andere SDG’s
“Onder mensenrechten vallen ook sociale grondrechten: heb je een dak boven je hoofd, heb je voldoende eten, heb je bestaanszekerheid? Dat raakt direct aan SDG’s over armoede en wonen. En welbeschouwd raken grondrechten aan alle SDG’s: het gaat om een rechtvaardig, eerlijk en duurzaam leven voor iedereen.” (Jasper Krommendijk).
“De gezamenlijke SDG’s vormen de basis voor een eerlijke, duurzame en welvarende maatschappij. Vrede, justitie en sterke publieke diensten zijn een belangrijk element om dit mogelijk te maken voor iedereen.” (Lisa-Marie Komp)
Inspiratiebronnen
Kijk: Guernica | Pablo Picasso, 1937 | Reina Sofía Museum in Madrid
“Beelden kunnen vaak krachtiger zijn dan taal om het belang van mensenrechten en de onderliggende waarden duidelijk te maken. Ik denk dan aan de iconische foto van het dode Syrische jongetje Alan Kurdi op een Turks strand. Het wereldberoemde schilderij ‘Guernica’ van Picasso laat op een meer artistieke manier zien hoe verwoestend oorlogen kunnen zijn.” (Jasper Krommendijk)
Lees: Voor de wet | Franz Kafka
“Ik moet vaak aan Franz Kafka (1883-1924) denken als ik met mensen spreek die met onrecht te maken krijgen. Zijn verhaal ‘Voor de wet’ begint als volgt: “Voor de wet staat een wachter. Bij deze wachter komt een man van buiten en verzoekt toegang tot de wet. Maar de wachter zegt, dat hij hem nu geen toegang kan verlenen.” (Lisa-Marie Komp)
Lessuggestie
Komp en Krommendijk benadrukken in het interview dat het van groot belang is om bij mensenrechten in het oog te houden dat het om echte mensen gaat, en niet om abstracte regels en cijfers. In het kunstwerk Resurrection, dat onderdeel is van een triptiek, laat kunstenares Kara Walker datzelfde zien: rechtvaardigheid gaat om menselijke waardigheid. De onderliggende vraag is daarom: wat zijn de fundamentele waarden in onze samenleving?
Kunstblik: Resurrection Story | Kara Walker

Kara Walker (* 26 november 1969, Stockton, California) verhuisde als kind, vanwege het werk van haar vader, van het multiculturele California naar Stone Mountain in Georgia, waar de Ku Klux Klan nog bijeenkomsten hield. Deze culture shock vormde haar en maakte dat ze als kunstenaar ras, gender, seksualiteit, geweld en identiteit ging onderzoeken. Een techniek die ze daarbij veel toepaste, is het knippen van papier waarmee ze zwart-witvoorstellingen maakte. Walkers werk herbergt geregeld symboliek uit de zwarte cultuur die voor toeschouwers die daarmee niet zijn opgegroeid vaak moeilijk is te duiden.