10 ‘De voormalige weg naar het strand is helemaal zee geworden’

SDG 10: Ongelijkheid verminderen
Dring ongelijkheid in en tussen landen terug. Economische groei moet inclusief zijn; iedereen moet erbij betrokken worden. En als we het hebben over economische groei, moeten we ook aandacht hebben voor sociale aspecten en het milieu.

 

In Java zien ze de steden wegzakken in zee

De dreigende verzakking van hele kustgebieden in Midden-Java vraagt om een nog nooit vertoonde aanpak. Op reportage naar de geboortestreek van promovendus Sariffuddin. Hij wijdt zijn promotieonderzoek aan een duurzame en sociale oplossing van het bedreigde kustgebied van noordelijk Java: ‘Oplossingen zijn alleen duurzaam als je rekening houdt met het sociale weefsel.’

De dreigende verzinking is geen klein bier: liefst 1.148 dorpen en steden in Indonesië worden nu door de vloedgolven bedreigd, waarvan 109 in Midden-Java. Aldus cijfers (uit 2020) van milieuorganisatie Wahana Lingkungan Hidup (Walhi). Volgens een onderzoek van het Geologisch Agentschap van het Ministerie van Energie en Minerale Hulpbronnen zijn al meerdere stedelijke gebieden aan de noordkust bedreigd, zoals Semarang City, Demak, Pekalongan, Rembang en Brebes. Een indicatie van de waterdreiging is de toenemende lengte van de kustlijn. Die is in Semarang tussen 1847 tot 1940 gegroeid met 581 meter, en van 1940 en 1992 met nog eens 303 meter. In anderhalve eeuw is de kustlijn in de stad dus met bijna een kilometer toegenomen. In sommige gebieden is de kustlijn al vier tot vijf kilometer naar het binnenland verschoven, wat de landoppervlakte drastisch heeft verminderd en het risico voor meer nederzettingen heeft verhoogd.

En de dreiging zet zich door, aldus Wahli, de organisatie die zich ook richt op hulpverlening en bescherming in de kustgebieden. De voorspellingen voor 2050 zijn alarmerend: dan zijn 199 kustdistricten in Indonesië getroffen door overstromingen (118.000 hectare, het leefgebied van dan 23 miljoen mensen). De verliezen worden geraamd op 16 biljoen euro’s.

De problemen met overstromingen en vloedgolven zijn chronisch. Naast bodemdaling en klimaatverandering worden getijdenoverstromingen aan de noordkust van Midden-Java verergerd door ondergrondse wateronttrekking voor de industrie. Volgens het provinciebestuur doen inmiddels alle industrieën in de regio (met name rond de steden Semarang City en Demak) een beroep op grondwater, een praktijk die niet zomaar is te stoppen. Bovendien wordt de dreiging vanuit zee nog versterkt door de kwetsbare gronden. Die worden over vrijwel de gehele kust gedomineerd door kleiachtige sedimenten, door de rivieren afgevoerd vanuit de hoogvlaktes, naast de afzetting vanuit zee. De samenstelling van deze zogeheten alluviale bodems is erg instabiel, en daardoor kwetsbaar voor erosie door het water.

Intensief landgebruik
Sariffuddin is verbonden aan de Afdeling Stedelijke en Regionale Planning van de Diponegoro Universiteit. Tijdens een bezoek aan zijn geboorteregio wijst de onderzoeker, in 2025 gepromoveerd aan de Radboud Universiteit, op de complexe kenmerken van deze kusten. “De combinatie van bodemdaling, overstromingen, kusterosie en vooral ook het ongecontroleerde landgebruik vraagt om een veelvoud aan maatregelen. Veel recente studies noemen het landgebruik als een van de voornaamste oorzaken.”

Sariffuddin noemt het de uitdaging om een nieuwe balans te vinden tussen de draagkracht van het leefgebied en het aantal inwoners. “De menselijke activiteiten vergroten de druk op het milieu. Daarom moeten we niet alleen de aandacht richten op het indammen van de zeespiegelstijging, maar vooral ook op een nieuwe ruimtelijke ordening.”

Het kustgebied van de stad Semarang is slechts tachtig hectare groot, naast het industriegebied van 661 hectare en het vliegveld en de haven (1.059 hectare). “De industrie draagt in grote mate bij aan de milieuschade in de kustgebieden van Midden-Java”, zegt Sariffuddin. “In deze stad domineert de druk vanuit de economie; in andere regio’s zoals Demak of Pekalongan komt de druk op de kustgebieden vooral door bewoning.” De bevolkingsdruk is immens en zet de bodemdaling almaar kracht bij. In 1905 telde Semarang 96.000 inwoners, nu zijn dat er anderhalf miljoen.

Onderzoek leert dat Semarang wereldwijd de stad is met de op een na snelste bodemdaling onder 99 onderzochte kuststeden (bijna vier centimeter per jaar). Nummer een op de lijst is Tianjin in China (5,22 cm/jaar), Jakarta (nummer 3) daalt 3,44 cm per jaar. In Semarang komt bij elke vloed het waterpeil bijna twee meter onder de nabijgelegen woonwijken aan de kust, terwijl het havengebied Tanjung Emas dan voor even helemaal lamligt. De kwetsbaarheid van de haven is deels een gevolg van de zware druk op de grond, door fabrieken, laad- en losplaatsen voor containers en de omliggende dichtbevolkte woonwijken. Het genoemde onderzoek onder kuststeden onderstreept dat de snelle verzakkingen aan de kust, zoals bij Semarang, sterk verband houden met overmatige grondwaterwinning, hoge druk op het landgebruik en op een te gering vermogen om zich hierop aan te passen.

Uitschieters in de hoofdstad van Midden-Java zijn de wijken Tambak Lorok, Kaligawe Road en het subdistrict Genuk, waar de bodem jaarlijks liefst tien tot vijftien centimeter daalt, een gevolg van de specifieke grondsoort, het gewicht van de bebouwing en het overvloedig gebruik van diep grondwater. Hier zijn ook de bewoners zelf debet aan. Het overgroot deel van de inwoners (80 procent) maakt gebruik van grondwater voor de dagelijkse behoefte. De verzakkingen leiden tot bassinvorming, waardoor vloedwater vaak lang blijft liggen. Na de vloedgolf in mei 2022 duurde het een maand voordat het water weer naar de zee was afgevoerd.

In Tanjung Mas, Bandar Harjo en Kemijen, wijken niet ver van de haven, trekt het getijdewater zich vaak dagenlang niet terug. Tienduizenden werknemers en fabrieksarbeiders van tientallen bedrijven in het gebied konden niet werken. In Tambak Lorok, het zwaarst getroffen gebied, hebben de welgestelde bewoners inmiddels huizen gebouwd van twee verdiepingen om te overleven, terwijl de armere groepen bij vloed hun toevlucht moeten zoeken in moskeeën of hoger gelegen plaatsen. “Dit is een illustratie hoe klimaatrampen de sociale ongelijkheid nog verder versterken.”

‘De mensen alleen kunnen de gevolgen van vloedgolven niet overwinnen’

De excursie met Sariffuddin leidt naar Demak Regency, een van zijn onderzoeksgebieden, die net als Semarang kampt met toenemende overstromingen. Daar ontmoeten we Dwi Listyowati (41), een van de informanten van de Nijmeegse onderzoeker die in deze buurt de overstromingen regelmatig aan den lijve ondervindt. Ze blikt terug op een gelukkige jeugd, toen haar buurt nog groen was met rijstvelden en struiken. “Naar het strand van Morosari Beach konden we toen nog gewoon lopen of fietsen, twee kilometer verder. Nu is de toegang tot het strand echter weggezakt, de weg is helemaal zee geworden.” Sowieso is het nu moeilijk om de wijk uit te komen, omdat het water bij vloed bijna elke dag dertig tot veertig centimeter hoog staat, en soms nog hoger. Sinds 2005 zijn hier enkele wijken door vloed onbewoonbaar geworden, waardoor honderden gezinnen moesten verhuizen.

Hoe de waterdreiging te stoppen?

Het stadsbestuur, dat overigens gewag maakt van een afnemend overstromingsgebied, vestigt zijn hoop op de aanleg van zeeweringen. Ook nieuwe tolwegen rond Semarang moeten het leefklimaat verbeteren. Sariffuddin plaatst kanttekeningen bij de belofte dat de getijdeoverstromingen duurzaam gaan afnemen. “De zeewering en de tolweg met een retentiebekken zijn oplossingen voor de korte termijn, die bovendien na de bouw extra geld blijven kosten voor onderhoud.” De onderzoeker ziet liever oplossingen voor de lange termijn, zoals het herstel van vegetatie met mangroves, die kunnen fungeren als een natuurlijke dijk. Ook bepleit hij oplossingen in de ruimtelijke ordening en een veranderend landgebruik.

Volgens Sariffuddin is de milieuschade aan de noordkust van Java een opeenstapeling van verschillende beleidsmaatregelen sinds de Nederlandse koloniale tijd. Hij wijst op de grootschalige wegenaanleg die het landschap en landgebruik aan de noordkust van Java ingrijpend heeft veranderd. Sinds de onafhankelijkheid is het tij overigens niet gekeerd. “Het grootste probleem is de nog steeds groeiende industrie.”

Samen met de gemeenschap
De excursie vervolgt in de stad Pekalongan, met ruim 300.000 inwoners een van de grootste steden aan de kust. Hier voegt Arif Ganda Purnama zich bij ons, een collega ter plekke met wie Sariffuddin al jarenlang samenwerkt. Het onderzoek van Sariffuddin wijst uit dat bijna de helft van deze stad, inclusief het centrum, kwetsbaar is voor overstromingen van zowel kust- als rivierbronnen. Pekalongan, tevens de batikhoofdstad van het land, omvat een wirwar van havens, mangrovebossen, industrieparken en waterwegen.

Het wemelt hier van de initiatieven van de overheid om de problemen aan te pakken, met zeeweringen en een stuw in de rivier de Lodji, inclusief de verbeterde drainage en waterpompen. Het stadsbestuur maakt graag gewag van het succes van de aanpak, met name dankzij goede samenwerking met de bewoners, die betrokken zijn bij de inrichting van het waterbeheer en het schoonhouden van de kanalen. De lokale gemeenschap plukt hier inmiddels de vruchten van, aldus het bestuur. Een testcase was de zware regenval die de stad begin 2025 heeft geteisterd: in zeven districten in het gebied, die voorheen werden overspoeld, behielden de inwoners nu droge voeten. De aanpak deugt, luidt het tijdens de excursie: de regering heeft gedaan wat is beloofd, en het is inderdaad zinvol geweest om de inwoners te betrekken bij het onderhoud, om te helpen dat het regenwater optimaal afvloeit, via drainage en het pomphuis. “Vele handen dragen eraan bij dit vrij te houden van afval, wat de afvloeiing bevordert”, stelt Arif goedkeurend vast tijdens de rondgang door de wijk. Ook voor de stuw in de rivier gaan de handen op elkaar. Wensen zijn er ook: de versterking van de dijken van enkele lokale rivieren. Door overstromingen eind 2024 werden diverse delen van de stad onder water gezet. De stapel zandzakken die er nu ligt, is geen oplossing, aldus het gezelschap.

Het binnendringen van zeewater in de stad Pekalongan is weliswaar verminderd, maar nog niet de wereld uit. Talloze woonwijken, landbouwgronden, openbare voorzieningen en bedrijven lopen nog regelmatig onder water, waardoor sommige bewoners vast komen te zitten, terwijl anderen inmiddels zijn verhuisd. Nog steeds worden tweeduizend gezinnen door de getijden overvallen, waaronder het gezin van Taryuti, een van de informanten bij het promotieonderzoek van Sariffuddin.

We spreken haar thuis in Bandengan Urban Village, een van de kwetsbare wijken. Zij kiest ervoor om te blijven, ook al loopt haar huis regelmatig onder water. De vrouw van middelbare leeftijd, die werkt als fabrieksarbeider en samenwoont met vier andere gezinnen, zegt geen andere keuze te hebben. Met lapmiddelen, zoals het regelmatig verhogen van de vloer, probeert ze het leefbaar te houden, geen sinecure gezien de hoge kosten van het zand en het transport. “Ik zou graag naar een meer comfortabele plek willen verhuizen, maar ik heb het geld er niet voor”, zegt Taryuti. Sariffuddin hoort het aan en betreurt de economische beperkingen van de gemeenschap om een betere woning te krijgen. “De mensen alleen kunnen de gevolgen van de vloedgolven niet overwinnen. Bijstand van de regering is onontbeerlijk.”

Drijvende steden
De rondgang met Arif en Sariffudin eindigt aan de rand van de Tawang Polder in Semarang, aangelegd tijdens het Nederlandse koloniale tijdperk om het overtollig water in laaggelegen stedelijke gebieden af te voeren met kanalen, pompen en wateropvangbassins. De onderzoekers buigen zich over de verschillende oplossingen, en stellen vast dat de inwoners aan deze noordkust tot nu toe blijven kampen met erosie, overstromingen en vloedgolven.

Zijn andere alternatieve oplossingen denkbaar, luidt de vraag. Op tafel komt een waslijst met randvoorwaardes bij het weerstaan van de dreigingen. Hoe te borgen dat mensen toegang houden tot essentiële voorzieningen als schoon water en elektriciteit? Hoe de schade te beperken van wegen, bruggen, gebouwen en openbare voorzieningen? Hoe te voorkomen dat een oplossing de sociale ongelijkheid versterkt?

Een oplossing die geen rekening houdt met de sociale omstandigheden en het milieu, blijft volgens de onderzoekers gebrekkig. Neem de optie om te verhuizen. “Het is wel te begrijpen, want zonder schoon water nemen de gezondheidsrisico’s toe. Maar vertrekken is niet voor iedereen weggelegd”, zegt Sariffuddin. “Rijkere groepen kunnen zich gemakkelijker aanpassen of verplaatsen, armere mensen zitten met beperktere keuzes en worden daardoor vaker blootgesteld aan de risico’s. De scheiding van groepen verstoort bovendien de sociale cohesie in de wijken.”

De problemen van de kustgebieden vergen een structurele aanpak, met regulering van het ruimtelijk gebruik in overeenstemming met de sociale draagkracht en het milieu. Terwijl er veel druk is op het land, zo wijst de tafel op de aanhoudende verstedelijking, industrialisering en commercialisering.

Een actuele oplossing is het concept van drijvende steden, op platforms op het water, in combinatie met hernieuwbare energie en meer biodiversiteit in de woongebieden. “Is dit concept haalbaar en het proberen waard?”, luidt het aan tafel. Het vergt een samenhang met drie vraagstukken. Hoe rondom deze eilandsteden een duurzaam kustlandschap te realiseren, in acht genomen de onderwaterstromen? En hoe op deze drijvende steden het werken, wonen en recreëren te borgen, zonder een immens beroep op de lokale middelen? En als derde is een culturele transformatie nodig: hoe mensen leven, socialiseren en omgaan met de omgeving. “Wonen in een drijvende stad betekent dat je de beperkingen van het verkennen van de ruimte op het land moet accepteren en de mogelijkheden van de ruimte op het water moet benutten,” aldus Arif. De onderzoeker bepleit goede afspraken met exploitanten of ontwikkelaars bij het realiseren van drijvende steden. “Anders worden de juridische en sociale problemen voor de mensen alleen maar groter.”

Sariffuddin wijst op de hoge kosten van de drijvende steden. “Het gevaar bestaat dat de mensen met veel geld de kusten gaan bewonen, terwijl er voor de kleine kapitaalbezitters en de armen geen plaats meer is.” Dit probleem wordt nog groter voor de mensen voor wie de kusten hun levensverzekering zijn, zoals de vissers. “De meeste mensen hier zijn aan deze plaats gebonden, en die moet je niet gaan opzadelen met te veel extra kosten.” Sariffuddin waarschuwt voor de gevolgen van ‘gentrificatie’: “De grootste uitdaging bij drijvende steden is het garanderen van een blijvende plaats voor alle lokale bevolkingsgroepen.”

Arif ziet ook nog fysieke obstakels, die vragen om meer studie: “Het is nog niet duidelijk hoe door drijvende steden de stroming en afzet van sedimenten gaat veranderen.” Zonder zulke inzichten resteren alleen winsten op korte termijn, en ben je voor een duurzame sociale en ecologische toekomst nog verder van huis, analyseert Arif.

Sariffuddin verricht onderzoek naar de gevolgen voor het landgebruik en de ruimtelijke ordening, met name in relatie tot activiteiten die een beroep doen op veel grond en natuurlijke hulpbronnen. Ook hij bepleit meer inzicht in de gevolgen voor ecosystemen in het water en aan de kusten. “Die moet je tot een minimum zien te beperken.”

“Het risico van drijvende steden is dat je een oplossing aanreikt, zonder de daadwerkelijke problemen aan te pakken”, aldus Sariffuddin. “Je moet ook werken aan het afvalprobleem, aan het terugdringen van broeikasgasemissies, lawaai en luchtvervuiling.” Ook het verlies aan biodiversiteit en schaarste aan hulpbronnen vragen aandacht. Het pad naar drijvende steden is volgens hem alleen begaanbaar als je de totale samenleving in ogenschouw neemt. “Je moet goed nadenken over wat de nieuwe verstedelijking betekent voor de verdeling van bestaansmiddelen en veranderende sociale interactie. Zonder een alomvattend plan krijg je een cultuurschok, en verstoor je het kwetsbare culturele en sociale weefsel in het stedelijk gebied.”

Inmiddels is de regering gestart met een pilot van tweehonderd drijvende huizen en paalwoningen, in het Noord-Javaanse stadje Pluit. Individuele huizen zijn weliswaar veel kleiner van schaal dan hele platforms, maar Sariffuddin ziet nog steeds beren op de weg. “Ook dit is een vorm van verstedelijking die vraagt om oplossingen voor gemeenschappelijke voorzieningen. Ook voor de toegang voor de allerarmsten is nog geen oplossing gevonden, en dat blijft voor mij het grootste probleem.”

 

Verband met andere SDG’s

> SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen
“Het creëren van veilige en duurzame steden is een belangrijk doel. Dit betekent investeren in openbaar vervoer, groene ruimten creëren voor het publiek en het verbeteren van inclusieve stadsplanning en -organisatie.” (Sariffuddin)

 

Inspiratiebronnen

Kijk: Urban Sinking City
Deze video legt uit hoe bodemdaling en klimaatverandering de kuststeden in het noorden van Java bedreigen, met de nadruk op toenemende overstromingsrisico’s en stedelijke kwetsbaarheid. Te zien op YouTube.

Kijk: Indonesia’s sinking villages: a hopeless battle against rising sea levels
Deze video biedt een wereldwijd perspectief op zinkende steden en op de gevolgen voor het milieu en de leef- en werkomstandigheden van de kustgemeenschappen.

 

Lessuggestie
Veranderingen in het klimaat hebben niet overal even grote gevolgen. Een samenspel van geologische, ecologische, economische en sociale omstandigheden maakt de Javaanse noordkust extra kwetsbaar voor zeespiegelstijging. In het interview met Sariffuddin is te lezen hoe miljoenenstad Semarang te maken heeft met een combinatie van bodemdaling, erosie en lozing van afvalstoffen, waaronder met name de armste bevolkingsgroepen lijden.

Lees hier een praktische lessuggestie.

 

Kunstblik: Any Getting It | Iris Kensmil

 

Any Getting It, 2004 | Olie op linnen, 150 × 200 cm | Collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen, foto Gert Jan van Rooij.

Iris Kensmil (* 1970, Amsterdam) studeerde van 1992 tot 1996 aan de Academie Minerva in Groningen. Vanuit haar Surinaamse achtergrond geeft ze een beeld van de kracht van zwarte mensen vanuit een feministisch perspectief. In haar werk staan geregeld zwarte kunstenaars, muzikanten en activisten centraal. Haar eigen activisme is terug te zien in haar werk, maar bijvoorbeeld ook in een tentoonstellingstitel als Women Make History. Feminism in the Age of Transnationalism. In 2019 vertegenwoordigde Kensmil Nederland op de Biennale in Venetië.

Licentie

Icoon voor de Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License

De kracht van verbinding Copyright © 2026 by Paul van den Broek en Bea Ros is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License, except where otherwise noted.