Nawoord: Duurzaamheid als samenspel met alle andere natuurelementen

Marjolein Oele, hoogleraar Filosofie van de Geesteswetenschappen

Cluster 1 Mens & Gelijkheid: basisbehoeften, welzijn, en rechtvaardige kansen voor iedereen.

“Je kunt armoede en probleemschulden niet oplossen met enkel geld zonder te werken aan andere vormen van kapitaal.” (antropoloog Joost Beuving; SDG 1)

“In Zuid-Amerika heb je heel veel papa- en mamashopjes, familiebedrijfjes waar je wel verpakt voedsel kunt kopen, maar er is geen tomaat, sinaasappel of mango te krijgen. En als die er is, is die onbetaalbaar. De mensen daar komen wel aan hun basiscalorieën, maar met veel vet en koolhydraten.” (econoom Hein Fleuren; SDG 2)

“De kwaliteit van beleid en zorgverlening kun je aflezen aan de manier waarop we omgaan met de meest kwetsbare mensen. Onze uitdaging is dat we het voor iedereen goed gaan regelen.” (intensivist Hugo Touw; SDG 3)

“Voor goed onderwijs is een gezamenlijke inspanning nodig. De overheid moet het voortouw nemen, maar ook de gemeenschap, ngo’s en relevante organisaties hebben een rol te spelen. We kunnen het ons niet veroorloven om onze kinderen in de steek te laten.” (onderwijsmedewerker Julia Karwitha Wanjiru; SDG 4).

“Het is geen wedstrijd en het betekent allerminst dat er geen aandacht moet zijn voor zaken als femicide en ongelijke beloning. Maar je mag en moet gender echt breder trekken.” (socioloog Niels Spierings; SDG 5)

“Oplossingen zijn alleen duurzaam als je rekening houdt met het sociale weefsel.” (geograaf Sariffundin; SDG 10)

Bovenstaande citaten uit de hoofdstukken over het eerste SDG-cluster leren dat er anno 2026 nog een lange weg te gaan is naar een wereld waarin menselijke basisbehoeften, welzijn en rechtvaardige kansen voor iedereen zijn gewaarborgd. De rode draad in de hoofdstukken is de kansenongelijkheid die de wereld beheerst en die bestaanszekerheid, gezondheid en gelijkwaardigheid ondermijnt. Deze ongelijkheid neemt zeker in tijden van opeengestapelde crises – “polycrisis” – nog weer extra toe, want ‘er is niet één cruciaal probleem, maar vele cruciale problemen, en het is deze complexe onderlinge samenhang van problemen, tegenstellingen, crises, ongecontroleerde processen en de algemene crisis van de planeet die het allerbelangrijkste cruciale probleem vormt’ (Kern & Morin, 1999). Met welk kapitaal iemand wordt geboren en getogen, wat de toegang is tot voedsel en gezondheidszorg, welk gender en welke woonplaats – dat alles bepaalt in grote mate hoe levens van mensen zich mogen en kunnen ontwikkelen. Ze zijn zo bepalend, dat we ons moeten afvragen hoe we deze factoren kunnen ontknopen en hoe we de maatschappij en de wereld zó kunnen inrichten dat de kansenongelijkheid afneemt en onze wereld rechtvaardiger en duurzamer wordt.

Wat laten de hoofdstukken nog meer zien? Dat het ideaal van dit SDG-cluster – een leven waarin aan alle basisbehoeftes is voldaan – op sommige plekken is gewaarborgd, maar elders niet of nauwelijks. Dat er wereldwijd dus schrille contrasten zijn. Het gedroomde mensbeeld bij dit SDG-cluster is dat van een zelfstandige mens die ongeacht geboorteplek, kapitaal en gender een leven kan leiden waarin aan alle basisbehoeftes wordt voldaan en met rechtvaardige toegang tot goede gezondheidszorg en ontplooiing via onderwijs.

Dit ideaal van de zelfstandige mens is het centrale mensbeeld dat moderne filosofen zoals Kant voor ogen hadden bij het idee van Verlichting: de mens als mondig en vrij wezen die zich kan ontwikkelen en uitspreken en die zich verheft boven de omstandigheden in plaats van zich daardoor te laten bepalen. Dit verlichte mensbeeld is tegenwoordig onderhevig aan kritiek, want het stelt de mens voorop, benadrukt autonomie en rede en verwaarloost gemeenschap en het meer-dan-menselijke. Maar desondanks blijft het beeld ons aanspreken, zeker omdat het appelleert aan een idee van vrijheid en gelijkheid dat centraal staat in vele culturele contexten.

Hoe kunnen we zo’n mensbeeld rechtvaardig realiseren, geldend voor iedereen? Al van oudsher buigen filosofen zich over deze kwestie. Zo stelt Plato in de Republiek dat rechtvaardigheid van een mens en rechtvaardigheid in een gemeenschap verbonden zijn: in beide gevallen betreft het een deugd die niet alleen goed is, maar ook goed doet, en die recht doet aan de persoonlijke kwaliteiten of aan de passende functies en kwaliteiten in een maatschappij. Rationele filosofen zouden zo’n rechtvaardige maatschappij moeten leiden: voor Plato weliswaar een niet letterlijk te nemen provocatief gedachte-experiment, maar in de kern toch een nog steeds actuele oproep. Met zijn idee om het roer in handen te leggen van onervaren filosofen die niet willen, maar moeten regeren, onderstreept Plato dat een maatschappij alleen moedig, wijs, gematigd en rechtvaardig kan zijn als zij zich verzet tegen de vaak almachtige, maar lukrake krachten als kapitaal, geboorte of fysieke macht.

De stelling van de Keniaanse onderwijsondersteuner Julia Karwith Wanjiru (“We kunnen het ons niet veroorloven om onze kinderen in de steek te laten”) is een hedendaagse echo van de Republiek, omdat ook volgens Plato de persoonlijke en maatschappelijke rechtvaardigheid staat of valt bij paideia (opvoeding, onderwijs), bij het kind-in-wording en de kansen tot verdere ontplooiing tot wat wij mens-zijn noemen. Want mens-worden en maatschappij zijn onlosmakelijk verbonden.

Wat betekent dit vandaag de dag voor een wereld wiens bewoners onontwarbaar met elkaar verbonden zijn, via ecologie, technologie, handel, leningen, infrastructuren, energie, migratie, geopolitiek en meer? Het betekent dat de uitdagingen vele keren groter zijn dan in de tijd van Plato, omdat we ervoor moeten zorgen dat we niet alleen een maatschappij creëren die rechtvaardig is en ruimte biedt aan rechtvaardige menselijke levens, maar ook een wereld die oog heeft voor wat onderdrukt en kwetsbaar is, en dat doen op een veel grotere en diepere planetaire schaal dan Plato voor ogen had.

 

Cluster 2 Welvaart & Economie: duurzame economische groei, werk en innovatie

“Er is geen economische groei zonder ecologische destructie.” (filosoof Lisa Doeland, SDG 8)

“Het gaat nog niet slecht genoeg om echte stappen te maken. In het verleden is al vaak gebleken dat ellende de moeder is van innovaties.” (bedrijfsadviseur Kevin Rijke; SDG 9)

“De term ‘informele wijk’ is zo onterecht. Wíj zijn degenen die alles regelden, onze eigen huizen bouwden, riolen aanlegden, wegen maakten, die ons bloed zweet en tranen in de wijk stopten. De politie werkte ons tegen. De overheid deed helemaal niets. Wij knapten eigenlijk hun werk op, en dan zijn wij de ‘armen’ en de ‘informelen’. Nee, wij kunnen juist heel veel en hebben heel veel voor onze wijk betekend.” (María Elsy Usuga, initiator wijkparticipatie; SDG 11)

“Economie gaat over de vraag hoe je welvaart creëert en welke welvaart dan en voor wie? Het gaat dus altijd ook over ethiek en rechtvaardigheid. Daarom is het nadenken over partnerschappen fundamenteel.” (econoom Juliette Alenda-Demoutiez, SDG 12)

Binnen het cluster ‘Welvaart en economie’ tonen de citaten uit de hoofdstukken de grote spanningen tussen een zich almaar uitbreidende economische groei en de idealen van duurzaamheid. En dat de ontwikkeling van steden, het aanzetten tot innovatie en meer welvaart een zware wissel kunnen trekken op een maatschappij – op de ecologie, op de meest kwetsbare menselijke én de meer-dan-menselijke wezens daarbinnen. De hoofdstukken in dit cluster benadrukken dat een ‘oneindige groei’ van menselijke behoeftes en productie botst met de ecologische en planetaire eindigheid en uitputting, en bovendien leidt tot een groeiende sociale onrechtvaardigheid. Wie profiteert van welvaart en wie wordt er de dupe van? En gezien de materiële benodigdheden die samengaan met economische ontwikkeling: wie en wat lijden onder het genoegen en de welvaart van de ander?

De thema’s van dit cluster zetten de termen en de idealen van duurzaamheid op scherp. Want hoe kan het tegengaan van klimaatverandering en uitputting van de aarde samengaan met economische groei, een kwestie waar de Club van Rome al in 1972 voor waarschuwde in het rapport The Limits to Growth? Hoewel het rapport later werd bekritiseerd vanwege het uitblijven van het geschetste doemscenario met grondstoffen- en voedseltekorten, heeft de algemene redenering standgehouden: ongelimiteerde economische groei heeft desastreuze effecten voor het milieu. Of zoals Lisa Doeland stelt: “Er is geen economische groei zonder ecologische destructie.”

Volgens denkers als John Bellamy Foster schetste Karl Marx zo’n scenario al eerder, in zijn voorspelde breuk (metabolic rift) tussen de mensheid en haar kapitalistische productievormen en de rest van de natuur.

Hoe kunnen we voorbij zo’n breuk geraken? Welke opties liggen in het verschiet om ons te bevrijden uit de catastrofale relatie tussen een ongelimiteerde economische groei en de verwoesting van de planeet? Een geschetste uitweg is de zogenoemde ‘groene economische groei’, met name bepleit door duurzame ondernemers en eco-modernisten. In dit scenario is een duurzame economie mogelijk, met name dankzij nieuwe technologische middelen. Een tegenbeweging van denkers en economen als Kohei Saito en Juliette Alenda-Demoutiez zijn bepleit onder de noemer ‘degrowth’. We moeten niet meer, maar juist minder produceren en consumeren.

Welke weg moeten we inslaan? Dit is niet zozeer een abstracte vraag, maar vooral een ethische afweging. Want bij elke keuze geldt de vraag wie baat heeft bij economische groei. We moeten ons bezinnen op de betekenis van welvaart en of deze echt ‘wel’ goed, is, als ze ten koste gaat van de planeet en alles wat leeft.

 

Cluster 3 Planeet & Milieu: bescherming van natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie

“Water raakt aan bijna alles. Het realiseren van het zesde SDG-doel is zeer behulpzaam voor vele van de andere duurzaamheidsdoelen.” (ecofilosoof Gerard Kuperus; SDG 6)

“In de kern heeft duurzaamheid te maken met ethiek: wat is het goede om te doen? Veel individualistisch gedrag staat haaks op universele ethische leefregels. Het maakt immers het leven van anderen, de natuur en toekomstige generaties moeilijker of zelfs onmogelijk. Als we meer inlevingsvermogen tonen, zal dat letterlijk een wereld van verschil maken.” (fysicus en zonnecelproducent Lourens van Dijk; SDG 7)

“De geschiedenis leert ons dat je alleen met burgerlijke ongehoorzaamheid en klimaatactivisme grote kantelingen teweeg kunt brengen.” (politiek filosoof Mathijs van de Sande, SDG 13)

“Vissen kunnen zich extreem goed aanpassen; de viskweek kán een uitweg zijn voor de soort.” (dierfysioloog Gert Flik; SDG 14)

“Eén soort kun je misschien wel missen, maar twee, drie? Op een gegeven moment slaat de boel om en is het klaar.” (ecoloog Constant Swinkels; SDG 15)

De citaten uit de hoofdstukken over natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie laten zien dat het beschermen van natuur zeker mogelijk is en dat klimaatacties zeker zinvol zijn – en ook plaatsvinden. Maar het opschalen hiervan laat nog op zich wachten – en daarmee de broodnodige ‘wereld van verschil’ waar Lourens van Dijk van spreekt. En dit terwijl landen zeven jaar geleden de European Green Deal nog vol enthousiasme omarmden, met het doel ‘om de emissies in 2030 met ten minste 50 procent te hebben verminderd’. Ook het in 2015 gesloten Parijs Klimaatakkoord zette destijds nog aan tot hoop en positieve energie. Die hoop op grote inzet van landen en continenten is vervlogen, nu kiezers en regeringen zich richten op andere prangende zaken zoals woningnood, energiebehoefte, migratie of inflatie. Daarmee lijkt de klimaatcrisis in de ogen van het publiek te verslappen. Al zijn er wel degelijk belangrijke sprongen gemaakt in de energietransitie, waar landen als China vooroplopen. Daartegenover staat de opkomst van de energie- en waterslurpende AI, die het milieuvraagstuk almaar vergroot.

Wie hiervan zeker de dupe is: de jongere generatie. Die ziet de hoop op een duurzame toekomst zonder grote klimaatontwrichtingen vervliegen. Terwijl hun gedroomde toekomst vervaagt en verdwijnt, voelen vele jongeren zich ook machteloos tegenover grote bedrijven en overheden die hun klimaatangsten, boosheid en verdriet niet serieus willen nemen. De jonge klimaatactivist Greta Thunberg staat voor velen nog steeds symbool als de stem van een generatie die haar toekomstdromen in rook ziet opgaan, in haar oproep tot niet alleen empathie, maar ook actie. Zo sprak ze in 2019 en 2020 wereldleiders in Davos toe en spoorde ze hen aan tot actie: “Ik wil niet dat jullie hoopvol zijn. Ik wil dat jullie in paniek raken. Ik wil dat jullie de angst voelen die ik elke dag voel.” De angst die Thunberg wereldleiders wil doen voelen, is de angst voor een toekomst van klimaatontwrichting, uitsterven van soorten, drinkwatertekorten, droogtes, stromen klimaatvluchtelingen, et cetera. Naast angst uit Thunberg ook woede over leiders die het tij niet willen keren, en de exponentiële economische groei willen doorzetten, no matter what.

Door oog te krijgen voor wat er al verloren is gegaan in het landschap, in soorten, in biodiversiteit, in menselijk lijden door klimaatverandering, en met dit verleden naar het heden en de toekomst te kijken, kan een gevoel van rouw en verlies aanzetten tot verontwaardiging en klimaatactie. Filosoof Mathijs van de Sande betoogt dat burgerlijke ongehoorzaamheid grote kantelingen kan bewerkstelligen. Daarnaast kan woede, volgens wetenschapsjournalist en klimaatactivist Andreas Malm, de klimaatbeweging extra kracht geven: ‘[e]en klimaatbeweging zonder maatschappelijke woede zal niet het vereiste slagvermogen verwerven.’ Daniel Wildcat betoogt in zijn boek Red Alert dat, vanuit een inheems perspectief, zulke woede nog weer extra begrijpelijk is, zeker omdat de huidige klimaatcrisis niet nieuw is voor inheemse mensen, maar een extra crisis is bovenop de desastreuze gevolgen van koloniale regimes (Wildcat 2009, 8). Hij bepleit een ‘culturele verschuiving’ in ons denken, voelen en handelen. Zo’n ‘culturele verschuiving’, of beter gezegd zo’n ‘klimaatverschuiving’, zou moeten leiden tot een nieuwe manier van omgaan met elkaar en de wereld. Die roep tot een transformatie is terug te lezen in veel hoofdstukken in dit boek.

 

Cluster 4 Vrede & Partnerschap: rechtvaardige samenlevingen en mondiale samenwerking.

“De rechtsstaat is een publiek belang. Het is het commons’ dilemma: als niemand de verantwoording neemt, omdat het ieders verantwoording is en het iedereen betreft, raakt het verloren.” (mensenrechtenadvocaat Lisa-Marie Komp; SDG 16)

“Muziek kan dieper raken dan woorden. Omdat het niet altijd lukt om in woorden uit te drukken hoe je je voelt of wat je bedoelt. Onze nieuwe plaat is ontstaan vanuit het bewustzijn dat we het met deze wereld moeten doen en dat het belang van alle individuen is dat die wereld gewoon blijft bestaan, als een schoonheid. We moeten blijven zoeken naar een manier om samen te werken. Dat gaat stapje voor stapje. Niet meteen van de vloer naar de zolder, zoals mijn moeder zou hebben gezegd.” (musicus Ferry Heijne; SDG 17)

Tot slot laten de citaten uit de hoofdstukken over SDG 16 en SDG 17 het belang zien van een rechtvaardige wereld en samen verantwoordelijkheid nemen voor een gedeeld goed (‘the commons’). Zeker als we die wereld in al haar schoonheid en diversiteit niet alleen willen behoeden voor verdere calamiteiten, maar ook weerbaar willen maken voor toekomstig ecologisch verlies. Wat hier vooropstaat, is dat rechtvaardigheid vanaf nu niet alleen een menselijk sociaal begrip is, maar ook iets is dat wij verschuldigd zijn aan het leven op aarde en aan de natuur, en dus ook deels een natuurlijk contract moet zijn.

Zo verwoordt de Franse filosoof Michel Serres het ook in de eerste bladzijden van zijn baanbrekende boek uit 1990, Het Natuurlijk Contract. Hij betoogt via een analyse van Francisco Goya’s schilderij ‘Gevecht met knuppels’ dat de mensheid – in de vorm van de twee met elkaar strijdende mannen – geen oog heeft voor de natuur en het landschap om haar heen. De mensheid gaat op in een eeuwige concurrentiestrijd met zichzelf. Maar, zo toont het schilderij volgens Serres, terwijl de twee strijders vechten, zakken ze steeds dieper in de modder, in het drijfzand dat door hun strijd is omgewoeld. Voor Serres is de scène belangrijk, omdat deze duidelijk maakt dat de strijd plaatsvindt op een manier die een derde, gemeenschappelijke tegenstander over het hoofd ziet. Serres schrijft: ‘Vergeten we niet de wereld van de dingen zelf, het zand, het water, de modder, het riet van het moeras? In welk drijfzand zijn wij, actieve tegenstanders en zieke voyeurs, zij aan zij aan het spartelen?’

Door een vergelijking te maken tussen de twee strijders en onze hedendaagse situatie, betoogt Serres dat de klimaatcrisis de natuur die we tot heden als ‘achtergrond’ hadden beschouwd, nu op de voorgrond plaatst, en het leven zoals we dat kennen zal ontwrichten. Uiteindelijk, zoals geschetst in Goya’s schilderij, wint de achtergrondconditie (de natuur) en dwingt ze de mensheid onze houding tegenover die natuur aan te passen (Oele & Treanor, 2023).

De wandeling langs de Waal met muzikanten van De Kift onderstreept dat ook kunst en creatieve projecten een rol kunnen spelen in het oproepen en omzetten van klimaatemoties tot actie, omdat artistieke verbeelding kan aansporen tot het oproepen van nieuwe toekomstbeelden en daarmee kan aanzetten tot het vormen van gemeenschappen en actie. Ook klimaatfictie- en non-fictieboeken die zich verplaatsen in het leven van ijsbergen, mossen, vissen of katten kunnen het inlevingsvermogen bevorderen. Zodoende zetten we ons eigen menselijke perspectief tussen haakjes en kunnen we oog krijgen voor het meer-dan-menselijke. Dat dit inlevingsvermogen er is, staat vast, maar hoe dit inlevingsvermogen in te zetten voor een grotere transformatie in de menselijke manieren van op aarde leven, dat blijft de vraag.

De analyse van Serres maakt duidelijk dat de enige weg voorwaarts die van een nieuw natuurlijk contract is: een contract dat de natuur niet uit-, maar insluit. Een contract waarin de stem van het meer-dan-menselijke op verschillende manieren te horen is in plaats van buitengesloten te worden. Een contract dat de mensheid, en specifiek die in het rijke, almachtige westen, dwingt tot een nieuwe manier van samenzijn, een nieuwe manier van omgaan met elkaar en het meer-dan-menselijke. Is dit mogelijk? En kunnen de SDG’s dit waarmaken en ons in de juiste richting sturen? Ja, maar alleen als we dit gezamenlijk oppakken, en in volle verantwoordelijkheid voor een algemeen gedeeld goed: planeet aarde.

Besluit: denken, doen én voelen
Als plek voor de fotoshoot koos ik het strandje bij Wemeldinge, het dorp aan de Oosterschelde waar mijn moeder is opgegroeid. Aan de overkant, in Tholen, braken tijdens de Watersnoodsramp van 1953 de dijken door. Er waren in Zeeland ruim 1.800 dodelijke slachtoffers, talloze mensen moesten op de vlucht, tienduizenden dieren lieten het leven, tal van huizen en boerderijen werden verwoest. Toen de dijken doorbraken, zo vertelde mijn vader later, wisten mensen dat ze aan deze kant van de Oosterschelde, op Zuid-Beveland, veilig waren, omdat het water aan de overkant een weg vond. Ik ben zelf opgegroeid in Hoorn, aan het IJsselmeer, maar naar deze plek in Zeeland bleef ik graag teruggaan met mijn ouders, ondanks het verdriet dat door de Watersnoodsramp ook aan deze plek kleeft.

De rouw en het verlies die een omgeving kan oproepen, heb ik op een heel andere manier van nabij ervaren tijdens de bosbranden in Californië van een paar jaar geleden. De dreiging van branden, de rook in de lucht, de afgesloten elektriciteit, de gesloten scholen: mijn “thuis” was geen thuis meer, ondanks dat we er later weer veilig naar konden terugkeren. Deze ervaring heeft diepe indruk op mij gemaakt. Klimaatverandering was niet langer abstract, maar werd opeens heel concreet en bedreigend en desoriënteerde mij. In mijn boek Beyond Elemental Loss heb ik deze verlieservaring beschreven. Het heeft mijn inzicht versterkt dat we alleen met kennis én gevoel een weg kunnen uitstippelen naar een duurzame toekomst. Voor mij is ecologie niet los te zien van de historische, filosofische, economische of sociale context. De ‘elementen’ zijn voor mij sociaal-ecologische constellaties.

Dit bredere perspectief op water, aarde, vuur en lucht zet ook zogeheten ‘natuurrampen’ in een ander licht. Wie lijdt en wie overleeft, is namelijk niet alleen bepaald door de ’natuur’, maar is grotendeels een product van hoe mensen de omgeving hebben ingericht. Zo sterven er veel meer mensen aan een aardbeving in Haïti dan in San Francisco, simpelweg vanwege verschillen in economische capaciteit en politieke stabiliteit, wat het bouwen van huizen en de algehele sociale infrastructuur bepaalt. Hoe we omgaan met tegenwoordige en toekomstige (klimaat)rampen vraagt daarom om een nieuwe langetermijnvisie die klimaat en sociale rechtvaardigheid samenbrengt om daarmee een duurzame en rechtvaardige klimaatpolitiek te kunnen bedenken en bedrijven.

Denken, doen én voelen: een drieslag waarmee we de omslag kunnen maken van verlies naar transformatie. De verlieservaring als motor voor een herformulering van onze relatie tot de omgeving is in eerste instantie affectief, en later pas cognitief. Bij de doordenking van onze zorg voor de omgeving schiet een objectieve beschouwing tekort. De elementen zitten in ons, zijn met ons, we komen eruit voort en we oefenen er invloed op uit, en zij op ons.

De ecologische kernelementen komen hier aan de kust bij Wemeldinge samen, op dit strand, staande in deze zee. Water verbindt. Water stroomt. Water doet leven. Maar water doodt ook. Hier aan de kust wordt het landschap weidser, evenals de luchten erboven. De zon wordt feller in de weerspiegeling ervan op het water. De klei wordt zand met schelpen.

Zoals de elementen hier op deze plek samenkomen en op elkaar inwerken, zo komen de kennisgebieden samen om op elkaar in te werken en onze rol tot de elementen te beschouwen, wat van dit strandje een ideale leeromgeving maakt. Onderwijs over duurzaamheid zou niet alleen kennisoverdracht moeten behelzen, maar ook een gevoel moeten oproepen en daarmee een richting. Soms kan het al genoeg zijn je klaslokaal te verruilen voor de buitenlucht. Om zonder telefoon naar je tuin of naar het park te gaan en aandacht te geven aan wat je ziet, hoort, en ruikt. Welk geluid hoor je? Wat voor kleur heeft die vogelvleugel? Welk meer-dan-menselijk leven kleurt de omgeving? Welke bloemengeur ruik ik?

Voor de fotoshoot heb ik even mijn schoenen uitgetrokken om de zee te voelen. Het liefst was ik gaan zwemmen, want dan verlies ik mijzelf even, maar daarvoor was het te koud. Op het moment dat je je schoenen uittrekt, stap je iets meer buiten je gewone zelf en word je al wat opener naar de wereld: de omgeving presenteert zich wat ruwer, je bent meer alert, moet meer letten op scherptes in de stenen, je grenzen worden poreus, je staat ineens veel meer in contact met wat de wereld aanbiedt. Je pakt iets op, je weet niet wat het is, wat nieuwsgieriger maakt dan achter een bureau erover na te denken.

Wadend door de zee is duurzaamheid geen verschijnsel om in compartimenten te doordenken. Duurzaamheid verdwijnt als zelfstandig naamwoord en wordt een geheel en alomvattend vraagstuk. De zeventien SDG’s zijn een handvat, maar duurzaamheid leren en ervaren vergt een radicalere benadering. Een benadering die uiteindelijk voorbij de mens denkt, als heer en meester van deze wereld, en die net als de zee vraagt om een eindeloze horizon van échte mogelijkheden. En ruimte voor verbinding, verbeelding en een vrij samenspel met alle andere elementen.

Marjolein Oele

 

Bronnen:

  • Bellamy Foster, Jeremy. “Marx’s Theory of Metabolic Rift: Classical Foundations for Environmental Sociology.” AJS Volume 105 (2) (September 1999): 366-405
  • Europese Commissie, “De Europese Green Deal: Het eerste klimaatneutrale continent worden,” https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/priorities-2019-2024/european-green-deal_nl.
  • Kant, Immanuel. Wat is Verlichting? Boom, 2021.
  • Kern, Anne Brigitte & Morin, Edward. Homeland Earth. Hampton Press, 1999.
  • Malm, Andreas. How to Blow up a Pipeline: Learning to Fight in a World on Fire. London: Verso, 2021.
  • Oele, Marjolein & Treanor, Brian. “Michel Serres and Ecological Crisis: Listening to the World’s Expressions.” In: Reading Continental Philosophy and the History of Thought: Inaugural Volume, co-edited by Antonio Calcagno and Christian Lotz. Lexington Books, 2023.
  • Oele, Marjolein. Beyond Elemental Loss: Shifting Constellations of Water, Fire, Air, and Earth, SUNY Press, 2025.
  • Saito, Kohei. Marx in the Anthropocene: Towards the Idea of Degrowth Communism, Cambridge University Press, 2023.
  • Serres, Michel. The Natural Contract. University of Michigan Press, 2011.
  • Thunberg, Greta, as cited in: Franklin Foer, Greta Thunberg is Right to Panic, in: The Atlantic, September 20, 2019. https://www.theatlantic.com/ideas/archive/2019/09/greta-thunbergs-despair-is-entirely-warranted/598492/
  • Wildcat, Daniel R. Red Alert! Saving the Planet with Indigenous Knowledge. Fulcrum, 2009.

 

Lessuggestie
Mens en gelijkheid, welvaart en economie, planeet en milieu, vrede en partnerschap: het zijn de grote thema’s die filosoof Marjolein Oele destilleert uit de voorgaande hoofdstukken. Ze koppelt dit aan een aantal grote denkers om handvatten te bieden voor het nadenken over de grote vraag die aan de basis ligt van dit boek: welke opdracht hebben wij als studenten, docenten en onderzoekers ten aanzien van duurzaamheid?

Lees hier een praktische lessuggestie.

 

Bekijk het: Fight with Cudgels | Francisco José de Goya y Lucientes

 

Fight with Cudgels, 1820-1823 | Onderdeel van Goya’s Black Paintings | Museo del Prado, Madrid.

Francisco José de Goya y Lucientes (1746 – 1828) kreeg, door connecties van zijn vader, op zijn veertiende al les van gerenommeerde schilders. Benoemingen aan het Spaanse koninklijke hof helpen zijn carrière in een stroomversnelling. Hij werkte geregeld voor de katholieke kerk, een instituut waar hij ook veel kritiek op had en dat via de Spaanse Inquisitie zijn werk scherp in het oog hield. Toen na de Napoleontische tijd de reactionaire krachten het in Spanje weer voor het zeggen kregen, vertrok Goya in een vrijwillige ballingschap naar Frankrijk. In Duelo a garrotazos bevechten twee herders elkaar met knuppels, terwijl ze tot aan hun knieën in de modder staan. Dat maakt hun gevecht bij voorbaat tot een haast kansloze zaak, maar toch gaan ze door in de overtuiging de ander te kunnen verslaan.

Licentie

Icoon voor de Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License

De kracht van verbinding Copyright © 2026 by Paul van den Broek en Bea Ros is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License, except where otherwise noted.